Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Maar daar lijkt verandering in te komen. Niet alleen zijn zang is explosief en hard, ook zijn aantalsontwikkeling is spectaculair te noemen. Een voorlopig overzicht voor 2009 laat een nieuwe recordaantal zien. Als echte zuiderling werd de Cetti’s Zanger als een wintergevoelige soort beschouwd die na een strenge winter massaal het loodje zou leggen, maar de werkelijkheid is toch net iets anders. De aantallen nemen flink toe, ondanks de afgelopen winter die de koudste was in twaalf jaar." Overgenomen uit een bericht van SOVON. Lees ook dit bericht.
Het broedgebied van het gros van de Europese Cetti's Zangers ligt hoofdzakelijk rond de Middellandse-Zee, de westelijke helft van Frankrijk en Zuid-Engeland. Dit zijn in principe standvogels. Verder zijn populaties te vinden vanaf de Balkan via Turkije tot en met de zuidelijke helft van Kazakhstan. Een deel van deze populaties overwintert rond de Perzische Golf en de Arabische Zee. De Cetti's Zangers in Nederland vormen de noordelijke punt van het broedggebied. Het is een sterk wintergevoelige soort en de populatie krijgt als gevolg gevoelige klappen in koude winters; lees hierover in SOVON Nieuws van januari 2009. Desealniettemin nemen de aantallen behoorlijk toe.
Cetti’s zangers komen alleen in de buurt van water voor, in rietcomplexen en dicht struikgewas of weelderig begroeide sloten, in Nederland vooral in de Biesbosch en de Delta. Ze lijden een verborgen leven en zullen derhalve vooral te horen zijn. Het nest wordt laag in dichte vegetatie gebouwd, vlakbij maar niet boven het water. Het vrouwtje broedt alleen, maar beide ouders verzorgen de jongen. Vaak volgt er een tweede legsel.
Van de Cetti’s Zanger is in 2011 voor het eerst een broedgeval in Meijendel vastgesteld, mogelijk een indicatie van uitbreiding van het broedgebied. Dat dit niet het enige bezoek van deze soort aan Meijendel is geweest blijkt onder meer uit het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel: in de periode 2000-2017 zijn daar 9 Cetti’s Zangers geringd. Informatie over de jaren daarna ontbreekt (nog). En tijdens recente wintertellingen in Meijendel is de soort in behoorlijke aantallen vastgesteld: in oktober 2019 waren het als voorbeeld 20 vogels in 7 kavels! Deze waarnemingen lijken definitieve vestiging in ZW-Nederland te bevestigen. Gelet op de explosieve expansie in (vooral zuidelijk) Nederland - anno 2019 jaarlijks 45% toename in het aantal broedparen - lijkt het een kwestie van tijd dat het aantal broedende paren in Meijendel ook zal toenemen. Klimaatverandering speelt hierbij een (grote) rol.
Voorkomen
De laatste jaren neemt het aantal broedparen in ons land jaarlijks met liefst 45% toe! De soort heeft zich (in geschikt biotoop) inmiddels oostwaarts gevestigd tot voorbij Arnhem en in het noorden van ons land tot en met het Lauwersmeer.
Eén paar Cetti's Zangers heeft in 2011 voor het eerst in Meijendel gebroed. Deze zanger wordt de afgelopen jaren steeds vaker in Meijendel waargenomen; het is vanaf 2019 een jaarlijkse broedvogel en het aantal broedgevallen vertoont een trend zoals de landelijke in de kleine grafiek hierboven.
Lees ook de laatste paragraaf in het blok hiervoor.
Vogelkenmerken
Standvogel van dichte lage moerasvegetatie, ruig riet en struweel; polygyn broedsysteem.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Buidelmees-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren zeer laag bij de grond of in dichte lage vegetatie. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Afhankelijkheid van open bodemstructuur voor foerageren. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Foerageren in dicht struweelcomplex/dichte struiklaag. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking. Sterke binding aan ruigte met brandnetels of vergelijkbare hoge kruidlaag.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Spinnen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Mannetje kan meerdere vrouwtjes hebben. Complex broedsysteem waarin mannetje of vrouwtje het broedsel kan verlaten en meerdere partners mogelijk zijn.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.