Terug naar soorten

Cetti's Zanger

Cettia cetti Struikzangers

Broedvogel Rode lijst |
8jaren
314territoria
90hoogste jaar

2011 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Cetti's Zanger
Foto: Luiz Lapa from Oeiras, Portugal CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Cetti's Zanger

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Geautoriseerde legacycollectie

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

"De Cetti’s Zanger is een enigszins saai-ogende bruine rietvogel die zich zelden laat zien, maar zich kenbaar maakt door zijn harde, explosieve zang. Het is een heel zeldzame soort die de afgelopen decennia in sommige jaren met slechts enige tientallen paren voorkwam in ons land en in andere jaren zelfs ontbrak als broedvogel.

Maar daar lijkt verandering in te komen. Niet alleen zijn zang is explosief en hard, ook zijn aantalsontwikkeling is spectaculair te noemen. Een voorlopig overzicht voor 2009 laat een nieuwe recordaantal zien. Als echte zuiderling werd de Cetti’s Zanger als een wintergevoelige soort beschouwd die na een strenge winter massaal het loodje zou leggen, maar de werkelijkheid is toch net iets anders. De aantallen nemen flink toe, ondanks de afgelopen winter die de koudste was in twaalf jaar." Overgenomen uit een bericht van SOVON. Lees ook dit bericht.

Het broedgebied van het gros van de Europese Cetti's Zangers ligt hoofdzakelijk rond de Middellandse-Zee, de westelijke helft van Frankrijk en Zuid-Engeland. Dit zijn in principe standvogels. Verder zijn populaties te vinden vanaf de Balkan via Turkije tot en met de zuidelijke helft van Kazakhstan. Een deel van deze populaties overwintert rond de Perzische Golf en de Arabische Zee. De Cetti's Zangers in Nederland vormen de noordelijke punt van het broedggebied. Het is een sterk wintergevoelige soort en de populatie krijgt als gevolg gevoelige klappen in koude winters; lees hierover in SOVON Nieuws van januari 2009. Desealniettemin nemen de aantallen behoorlijk toe.

Cetti’s zangers komen alleen in de buurt van water voor, in rietcomplexen en dicht struikgewas of weelderig begroeide sloten, in Nederland vooral in de Biesbosch en de Delta. Ze lijden een verborgen leven en zullen derhalve vooral te horen zijn. Het nest wordt laag in dichte vegetatie gebouwd, vlakbij maar niet boven het water. Het vrouwtje broedt alleen, maar beide ouders verzorgen de jongen. Vaak volgt er een tweede legsel.

Van de Cetti’s Zanger is in 2011 voor het eerst een broedgeval in Meijendel vastgesteld, mogelijk een indicatie van uitbreiding van het broedgebied. Dat dit niet het enige bezoek van deze soort aan Meijendel is geweest blijkt onder meer uit het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel: in de periode 2000-2017 zijn daar 9 Cetti’s Zangers geringd. Informatie over de jaren daarna ontbreekt (nog). En tijdens recente wintertellingen in Meijendel is de soort in behoorlijke aantallen vastgesteld: in oktober 2019 waren het als voorbeeld 20 vogels in 7 kavels! Deze waarnemingen lijken definitieve vestiging in ZW-Nederland te bevestigen. Gelet op de explosieve expansie in (vooral zuidelijk) Nederland - anno 2019 jaarlijks 45% toename in het aantal broedparen - lijkt het een kwestie van tijd dat het aantal broedende paren in Meijendel ook zal toenemen. Klimaatverandering speelt hierbij een (grote) rol.

Voorkomen

Cetti's Zangers in Nederland gedragen zich als standvogel. Het is een sterk wintergevoelige soort; de populatie krijgt rake klappen in koude en sneeuwrijke winters. Desealniettemin nemen de aantallen behoorlijk toe, getuige bijv. dit artikel in SOVON Nieuws van januari 2009.

De laatste jaren neemt het aantal broedparen in ons land jaarlijks met liefst 45% toe! De soort heeft zich (in geschikt biotoop) inmiddels oostwaarts gevestigd tot voorbij Arnhem en in het noorden van ons land tot en met het Lauwersmeer.

Eén paar Cetti's Zangers heeft in 2011 voor het eerst in Meijendel gebroed. Deze zanger wordt de afgelopen jaren steeds vaker in Meijendel waargenomen; het is vanaf 2019 een jaarlijkse broedvogel en het aantal broedgevallen vertoont een trend zoals de landelijke in de kleine grafiek hierboven.
Lees ook de laatste paragraaf in het blok hiervoor.

Vogelkenmerken

Standvogel van dichte lage moerasvegetatie, ruig riet en struweel; polygyn broedsysteem.

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Buidelmees-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: strooiselzoeken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0