Terug naar soorten

Jan-van-gent

Morus bassanus Jan-van-genten

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Jan-van-gent is een forse witte zeevogel met zwarte vleugelpunten, een oranjegele kop en hals en een lange, stevige snavel. Hij is met 85-97 cm en een spanwijdte tot bijna 2 m een hele grote vogel, flink wat groter dan bijvoorbeeld een Grote Mantelmeeuw.

Jan-van-Gent met ei. En ook de trieste realiteit van vandaag: vogels gebruiken vaker plastic en vislijn als nestmateriaal |:-(
Jan-van-genten leven hoofdzakelijk van vis en staan bekend om de spectaculaire wijze van vis vangen. Ze duiken vanaf 20-30 m vaak loodrecht het water in en vouwen vlak voor de plons de vleugels samen. Als een gestroomlijnde raket raken ze het water met een snelheid tot wel 100 km/u en kunnen zo tot 5 m diep komen. Daarna kunnen ze al zwemmend een diepte van 10-15 m bereiken.

Jan-van-genten zijn pure zeevogels die zich slechts incidenteel in het binnenland vertonen, eigenlijk alleen om te broeden. Het verblijfsgebied bestrijkt de gehele Noordelijke Atlantische Oceaan; ze komen daarbij doorgaans niet buiten een zone van 200 km van de kust.
duikende Jan-van-gent
'Klaar voor onder water…'
Foto: Mike Pennington [CC BY-SA 2.0] Wikimedia Commons - klik = vergroting
Ze broeden in kolonies op ontoegankelijke steile rotskusten en rotsige eilanden. In Europa broeden Jan-van-genten in IJsland, Noorwegen, Helgoland en Bretagne, en bijna 70% van de wereldpopulatie broedt op de Britse Eilanden.

De vogels vormen een paar voor het leven en ze gebruiken jaren achtereen hetzelfde nest. Als een van de partners terugkeert naar het nest gaat dat na aankomst gepaard met een uitgebreide begroetingsceremonie, waarbij ze met gespreide vleugels en omhooggestrekte hals de snavels tikken. Het nest ligt op een richel en is bekleed met zeewier, gras en dergelijke. Het legsel bestaat uit één ei, alleen bij verlies wordt meetal een nieuw ei gelegd. Beide ouders verzorgen het jong.

Buiten de broedtijd verblijven Jan-van-genten op zee. De meeste vogels vliegen naar de Middellandse Zee of langs de westkust van Afrika tot aan de Golf van Guinee. Mede dankzij de lange slanke vleugels kunnen ze urenlang laag over het water scheren, waarbij ze dankbaar gebruik maken van het 'grondeffect' om energie te sparen. Het 'grondeffect' is een aerodynamisch begrip. Dicht bij de grond -hoogte maximaal de spanwijdte- wordt de draagkracht groter en vermindert de vliegweerstand.

Langs de Noordzeekust is de soort het hele jaar te zien maar vertoont hij zich het meest van begin september tot half november. Het gaat zowel om trekkers als vissende vogels (vaak achter vissersschepen). De grootste aantallen worden gezien bij harde aanlandige winden. De jaarlijkse verschillen zijn echter groot. De jaren met de hoogste aantallen vallen samen met een rijk aanbod aan voedsel, vooral jonge haring (bron: Sovon ).