Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Kleine Trap is loopvogel van het formaat Fazant (tot 45 cm). Hij is veel kleiner dan de Grote Trap, maar heeft een vergelijkbaar gevlekte zandbruine mantel en vuilwitte onderdelen. Het is een schuwe, voorzichtige vogel die moeilijk is waar te nemen tenzij hij opvliegt. In broedkleed heeft het mannetje een dikke, zwarte nek met witte banden en dan zijn het gezicht en zijn keel blauwgrijs. Tijdens het baltsen zet hij al die veren op, om indruk te maken. Vrouwtjes missen de gekleurde nekveren. Het nest is een kuil in de grond met wat bekleding. Het vrouwtje broedt, het mannetje waakt. Na het uitkomen verlaten de jongen onmiddelijk het nest.
Kleine Trappen komen in Europa nog voor op steppen, extensieve landbouwgronden en braakliggende terreinen in Zuid-Europa en in west en centraal Azië (Kazakhstan). De populatie in Zuid-Europa is standvogel, overige populaties trekken zuidwaarts voor de winter. Door habitatverlies is het aantal Kleine Trappen de laatste decennia sterk afgenomen.
Kleine Trappen zijn echte loopvogels die 'statig' door het veld schrijden. Bij verstoring zullen ze eerst het tempo versnellen en alleen in uiterste nood op de wieken gaan. Pas dan is te zien dat de vleugels grotendeels wit zijn, met een zwarte eindrand en een kommavormige vlek. Het zijn omnivoren die zowel zaden eten als insecten, reptielen en knaagdieren. Buiten het broedseizoen trekken ze in groepen op.
In Nederland is de Kleine Trap een zeer zeldzame dwaalgast met zo'n 45 goedgekeurde waarnemingen tussen 1824 en 2015; de meeste vogels werden gezien in november-januari.
Kleine Trappen komen in Europa nog voor op steppen, extensieve landbouwgronden en braakliggende terreinen in Zuid-Europa en in west en centraal Azië (Kazakhstan). De populatie in Zuid-Europa is standvogel, overige populaties trekken zuidwaarts voor de winter. Door habitatverlies is het aantal Kleine Trappen de laatste decennia sterk afgenomen.
Kleine Trappen zijn echte loopvogels die 'statig' door het veld schrijden. Bij verstoring zullen ze eerst het tempo versnellen en alleen in uiterste nood op de wieken gaan. Pas dan is te zien dat de vleugels grotendeels wit zijn, met een zwarte eindrand en een kommavormige vlek. Het zijn omnivoren die zowel zaden eten als insecten, reptielen en knaagdieren. Buiten het broedseizoen trekken ze in groepen op.
In Nederland is de Kleine Trap een zeer zeldzame dwaalgast met zo'n 45 goedgekeurde waarnemingen tussen 1824 en 2015; de meeste vogels werden gezien in november-januari.
Bescherming
De Kleine Trap gaat sterk in aantal achteruit. Dit komt omdat veel van zijn leefgebied wordt versnipperd door verstedelijking en infrastructuur, maar vooral ook door ontwikkelingen in de landbouw. Extensief gebruikt land wordt omgezet in veel meer intensieve veehouderij of akkerbouw. Om deze redenen staat de kleine trap als gevoelig op de Rode Lijst van de IUCN.