Waarom tellen wij?
Sinds 1958 inventariseert de Vogelwerkgroep Meijendel jaarlijks de broedvogels van het duingebied. Wat begon als een systematische broedvogeltelling is uitgegroeid tot één van de langste en best gedocumenteerde vogelmeetreeksen van Nederland. Inmiddels omvat de database naast broedvogelterritoria ook wintertellingen en alle BMP-veldwaarnemingen, waardoor veranderingen in de natuur over bijna zeventig jaar kunnen worden gevolgd.
Vogels reageren snel op veranderingen in hun leefgebied. De gegevens laten daardoor niet alleen zien welke soorten toe- of afnemen, maar ook hoe Meijendel zich ontwikkelt onder invloed van natuurlijke processen, landschapsontwikkeling en natuurbeheer. Zo vertellen de gegevens het verhaal achter veranderingen in open zand, struweel, bos, vochtige duinvalleien en recreatiedruk.
De verzamelde gegevens hebben meerdere functies. Ze vormen de basis voor:
- het volgen van langjarige ontwikkelingen in de vogelstand;
- het evalueren van natuurbeheer en landschapsontwikkeling;
- wetenschappelijk ecologisch onderzoek;
- de landelijke broedvogelmonitoring van Sovon.
Moderne statistische technieken maken het mogelijk om veel meer uit deze gegevens te halen dan vroeger. Niet alleen afzonderlijke soorten worden gevolgd, maar ook ecologische vogelgroepen, habitatgroepen en functionele groepen. Door vogelgegevens te combineren met informatie over vegetatie, beheer, hydrologie en landschap ontstaat een krachtig instrument om de ontwikkeling van het duinsysteem beter te begrijpen en natuurbeheer te onderbouwen.