De werkgroep | Telmethodes

De werkgroep achter tellingen, kavels, methoden, verslagen en vrijwilligerswerk in Meijendel.

1958 eerste teljaar
2025 laatste afgerond teljaar
157 broedvogels
75 overige soorten
Alle telmethodes

Van 1922 tot nu

De huidige vogelmonitoring in Meijendel is het resultaat van ruim een eeuw ontwikkeling. De onderzoeksmethoden zijn steeds verder verfijnd, terwijl de continuïteit van de meetreeks behouden bleef. Daardoor kunnen veranderingen in de vogelstand over tientallen jaren betrouwbaar worden gevolgd.

1922 – De eerste georganiseerde inventarisatie

De geschiedenis van het vogelonderzoek in Meijendel begint in 1922. Als onderdeel van een breed natuurwetenschappelijk onderzoek werden vogels systematisch geïnventariseerd en op kaarten vastgelegd. Daarmee ontstond de eerste georganiseerde vogelinventarisatie van het gebied.

1958 – Start van de jaarlijkse broedvogelinventarisatie

In 1958 begon de Vogelwerkgroep Meijendel met een jaarlijkse inventarisatie van de broedvogels. Het gebied werd verdeeld in vaste kavels die jaarlijks door dezelfde waarnemers werden onderzocht. Deze meetreeks vormt nog altijd de kern van de huidige database.

1984 – Overgang naar de landelijke BMP-methode

Om de vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid verder te vergroten stapte Meijendel in 1984 over op de gestandaardiseerde BMP-methode (Broedvogel Monitoring Project) van Sovon. De methode werd in 1993 en 1996 verder verfijnd.

2009 – Van handmatige naar geautomatiseerde territoriumkartering

Vanaf 2009 worden de tijdens de veldbezoeken verzamelde waarnemingen met een speciaal computerprogramma automatisch verwerkt tot territoriumkaarten. Hierdoor werden interpretaties consistenter en beter reproduceerbaar.

2016 – Digitale veldregistratie met Avimap

In 2016 maakte de papieren veldkaart plaats voor de Avimap-app. Waarnemingen worden sindsdien direct digitaal vastgelegd, waardoor de kwaliteit en snelheid van de gegevensverwerking verder zijn verbeterd.

Vandaag – Van inventarisatie naar ecologische kennis

De historische tellingen vormen inmiddels een digitale database met bijna zeventig jaar vogelgegevens. Met moderne analysetechnieken zoals TRIM, Multi Species Indices (MSI), Generalized Estimating Equations (GEE) en andere statistische modellen worden ontwikkelingen in vogelpopulaties gekoppeld aan veranderingen in landschap, natuurbeheer, hydrologie en recreatie. Daarmee is de vogelmonitoring uitgegroeid van een jaarlijkse inventarisatie tot een belangrijk hulpmiddel voor onderzoek en natuurbeheer.