Decembertelling 2025: Opnieuw maximale vogeldichtheid in dit seizoen

19-12-2025

In oktober en november bleek de vogeldichtheid in Meijendel ver boven de gemiddelden voor deze maanden te liggen (in november was zelfs een record). Welnu, in december is opnieuw een record bereikt! Er zijn nu 5.970 vogels geteld (80 soorten incl. Soepeend, evenals in 2017). De gemiddelde vogeldichtheid kwam in december uit op 547 vogels/km² (weer een decenniumrecord dus; bijna 100 exemplaren hoger dan het maandgemiddelde). Op het moment van schrijven hierover waren 29 kavels geteld (10,9 km²).

De berekende gemiddelde dichtheid van de Merel in de herfst van 2025 (in aantal vogels/km²) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen).

Na september blijken we dit seizoen veel vogels in Meijendel aan te treffen. De toppers in de bijdragen aan het record zijn nu in de eerste plaats de Merel (jazeker!) en de Koperwiek, die met hun relatief hoge dichtheid van boven de 40 individuen/km² hun decemberrecord bereikten. De Grote zaagbek, Waterral, Boomleeuwerik, Graspieper en Cetti’s zanger haalden eveneens recordmaxima, maar deze liggen wel een stuk lager dan die van de beide lijstersoorten.

Andere soorten die deze maand substantiële bijdragen aan de totale vogeldichtheid leverden, zijn: Aalscholver, Houtduif, Kramsvogel, Pimpelmees en Vink, met dichtheden die duidelijk boven de eigen gemiddelde decemberwaarden uit kwamen. En de Wilde eend, Tafeleend, Kuifeend, Winterkoning, Roodborst en Koolmees doen met hun vrijwel gebruikelijke dichtheid ook een behoorlijke duit in het zakje, naast de Watersnip, Grote bonte specht, Goudhaan, Tjiftjaf, Staartmees en Spreeuw (soorten die in december altijd een lagere gemiddelde dichtheid hebben). Veel lager dan gebruikelijk was de dichtheid van de Meerkoet, de soort die ’s winters doorgaans de grootste bijdrage aan het gemiddelde vogelbestand in Meijendel levert. Ook ganzen (Grauwe, Canadese en Nijl-) ontbraken grotendeels. De Smient liet het zelfs volledig afweten en de Wintertaling behaalde een laagterecord, terwijl de Krooneend juist nog vrij fors vertegenwoordigd was.

Doortrek lijkt gestagneerd
Globaal beschouwd lijkt het er dus een beetje op dat het weg- en doortrekken naar het zuiden enigszins gestagneerd is, wellicht als gevolg van de relatief hogere temperaturen in de afgelopen periode. Maar vanuit het verdere noord(-oost)en heeft de trekdrang naar hier toch echt wel gewerkt. Dit zou mede de records kunnen verklaren van soorten zoals de Grote zilverreiger, Wilde zwaan, Bokje en Veldleeuwerik (naast de vele reeds aan het begin genoemde soorten). Zo zijn er intussen in dit verslag al heel wat soorten de revue gepasseerd.

Foto: Vuurgoudhaan

Toch zijn er ook altijd nog wel waarnemingen om even apart bij stil te staan, zeker bij zo’n relatief groot aantal waargenomen soorten (80): ik denk bijv. aan de Roerdomp in kavel 1B, de 6 Wilde zwanen in kavel 14, de Middelste zaagbek (1 in de kavels 1A, 33 en 45), de 12 Bokjes (1 in 17B en 11 in kavel 13S), de Zwarte specht (alweer eentje!) in kavel 14, de IJsvogel in kavel 6, de 7 Veldleeuweriken in kavel 10/12/76, de Roodborsttapuiten (1 in kavel 17B en 42), de Zwartkop in kavel 3, de (slechts!) 2 Vuurgoudhaantjes (1 in kavel 13 en in kavel 71), 6 Kuifmezen in kavel 72, 1 Raaf in kavel 8, 3 Goudvinken (1 in kavel 1B en 2 in kavel 71) en 1 Appelvink in kavel 73. Zo begint het bovenstaande al aardig op de volledige vogellijst te lijken (zie bijlage).

Graag wens ik aan onze tellers en aan u als belangstellende lezer(es) voor 2026 een heel gezond en zeer voorspoedig nieuw jaar toe, met - voortdurend - veel vogels in Meijendel!

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)