Maarttelling 2025: sluitstuk van een schaars vogelseizoen
30-3-2025
Ook in de laatste telling van het herfst-/winterseizoen 2024-2025 heeft de gemiddelde vogeldichtheid een minimum-record opgeleverd. De waarde ervan kwam in maart 2025 uit op 311 vogels/km2. Op het moment van schrijven van dit verslag zijn mij de inventarisatieresultaten van 7,3 km² bekend (dit betreft 20 kavels). Op deze oppervlakte zijn 2274 vogels geteld, van 70 soorten.
![]() |
| Totale vogeldichtheden per maand (in aantal vogels/km²) in het seizoen 2024-2025, vergeleken met de gemiddelde waarden over de laatste 10 jaren en met de afzonderlijke maandminima en -maxima in diezelfde 10 jaren. |
In het afgelopen seizoen bleven de berekende vogeldichtheden maandelijks steken op een dieptepunt, gerekend over het afgelopen decennium. (Alleen in de maand september 2024 was niet het echt laagste maandrecord bereikt, maar dat scheelde slechts bijzonder weinig.) U kunt er de 6 voorgaande verslagjes nog eens op nalezen. Toch is er gelukkig (nog) geen reden voor bezorgdheid. Het is precies 11 jaar geleden dat we een volledig met dit jaar vergelijkbaar beloop van lage vogeldichtheden gezien hebben (zelfs het relatief kleine geïnventariseerde terreinoppervlak in maart stemt overeen). Aansluitend zijn er juist weer 9 vogelrijkere seizoenen gekomen, met duidelijk hogere gemiddelde en maximale waarden van de vogeldichtheid; zie de grafiek. Wellicht kan het beeld over dit jaar een stimulans zijn om ook komend najaar weer nieuwsgierig en grondig te werken aan de ‘watervogeltellingen’. (SOVON registreert deze tellingen als zgn. ‘watervogeltellingen’. De tellers kunnen kiezen tussen alleen de watervogels inventariseren of ook alle andere soorten vogels bij deze tellingen meenemen. In Meijendel kiezen de deelnemers jaarlijks voor de laatste optie.)
Toppers deze maand
De toppers qua dichtheid van de maand maart waren ditmaal voor de Grote zaagbek (deze soort vond het wellicht nog een beetje teveel winter om noordelijker te trekken), de Witte kwikstaart (hiervan zijn er in één kavel, nr. 42, wel 25 waargenomen, misschien ook wel wachtend op iets betere vooruitzichten om door te trekken) en de Putter (23 exemplaren verdeeld over 7 kavels).
Het zal weinig verbazing wekken dat er deze maand beduidend meer soorten waren met juist een laagste maanddichtheid: de Tafeleend, de Meerkoet, de Groene specht (slechts één waarneming, in kavel 53), de Zanglijster (slechts 20 % van gemiddeld voor deze maand), de Koolmees, de Gaai, de Kauw (kan al het gevolg zijn van het ontbreken van slechts één kavel bij de tellingen), de Zwarte kraai en de Spreeuw.
![]() |
| Roerdomp (foto: Jan Westgeest) |
Bijzonderheden
En als bijzonderheden zou ik – naast de reeds genoemde Witte kwikstaart (een nogal groot aantal) en Groene specht (slechts ééntje) – willen noemen: de IJsvogel in kavel 83, de ene Blauwborst in kavel 13S en eigenlijk ook het in dit hele seizoen voor het eerst in jaren geheel ontbreken van de Roerdomp.
Aan alle tellers past tot slot weer heel veel dank voor al hun inzet! En graag wens ik ieder ook weer een fijn nieuw voorjaars- en zomerseizoen toe, met mooie inventarisaties en dat allemaal onder zeer gunstige tel-omstandigheden.
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

