Januaritelling 2025: Blauwe boomleeuweriken?

27-1-2025

De berekende totale vogeldichtheden in het huidige seizoen (in aantal vogels/km²) in Meijendel, vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen).

Bij deze telling in Meijendel bereikten zowel het aantal waargenomen vogels als de gemiddelde dichtheid het absolute dieptepunt van de afgelopen 12 jaren. Er zijn in januari 2.348 vogels (van 70 soorten) geteld en de gemiddelde vogeldichtheid (230 vogels/km2) was 40% lager dan het maandgemiddelde over datzelfde aantal jaren (384 vogels/km2). De telgegevens van nu zijn afkomstig van 28 kavels (samen 10,2 km²).

Laagste waarden in tien jaar
Evenals in afgelopen december bleken de dichtheden van veel vogels van het oppervlaktewater (Dodaars, Meerkoet, Knobbelzwaan, Nijlgans, Krak-, Tafel- en Kuifeend) hun laagste eindwaarden van de laatste tien jaar te bereiken. En de dichtheden van de Merel, Koolmees en Zwarte kraai bleken ook op hun dieptepunt uit te komen. De dichtheden van de Vink, Groenling en Putter waren alleen in januari 2015 (11 jaar geleden) nog net iets lager dan deze keer. In de grafiek is goed te zien hoe de dichtheid van de vogels in Meijendel in het gehele huidige seizoen achterblijft t.o.v. het gemiddelde over het laatste decennium.

Maar er waren ook andere verrassingen! Misschien niet eens zozeer de records van de januari-dichtheden voor de Aalscholver, de Graspieper en de Cetti’s zanger. Deze soorten doen het al een aantal jaren vrij goed of zitten zelfs in de lift (zoals de Cetti’s zanger). Meer bijzonder al is het aantreffen van een zevental Brandganzen. Dat is in januari in Meijendel nog niet eerder gebeurd.

Boomleeuwerik, dichtheidsverloop in het huidige seizoen (in aantal vogels/km²) in vergelijking met de gemiddelde dichtheden over het afgelopen decennium.

Boomleeuwerik uitschieter
Maar uitschieter is deze keer toch de Boomleeuwerik. Van deze soort is bekend dat de vogels al vroeg in het voorjaar (doorgaans in februari/maart) terugkeren van hun niet al te verre trektocht naar het zuiden/westen. Maar Sovon geeft in het invoerprogramma van de telresultaten tevens nadrukkelijk aan dat de soort in de maand januari zeldzaam is. Bij invoeren van een aantal van deze soort wordt de teller via de afwijkende tekstkleur (blauw) opmerkzaam gemaakt op dat de vogels in januari nog niet te verwachten zijn; dit is ongetwijfeld bedoeld om, vóór het invullen van een aantal, de teller te doen nagaan of deze zich niet in de soort vergist. Dit keer zijn er in Meijendel al 29 waargenomen. Hier lijkt dan ook tamelijk duidelijk sprake van een klimaateffect: als gevolg van de opwarming komen de vogels steeds eerder terug naar hun broedgebied. Voor SOVON begint het waarschijnlijk tijd te worden om voor januari de blauwe kleur voor de soortweergave te wijzigen in de gewone zwarte tekstkleur.

Aardige bijzonderheden
Verder zijn er ook enkele andere aardige bijzonderheden te noemen. Zo zijn er – net als in januari vorig jaar – relatief veel Koperwieken gesignaleerd. Hun dichtheid bereikte vrijwel dezelfde recordhoogte. Dit zou erop kunnen wijzen dat ook deze soort minder de neiging krijgt om verder naar het zuidwesten door te reizen.

Tot slot zou ik als smaakmakers in deze telronde willen voorstellen: de Blauwe kiekendief in kavel 13S, de Witgat in kavel 10/12/76 (het is alweer een paar jaar geleden dat er in januari eentje gezien is), de IJsvogel in kavel 10/12/76, de twee Kuifmeesjes in kavel 72, de enige Goudvink in kavel 10/12/76 en de Appelvink in kavel 71.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

Boomleeuwerik