Oktobertelling 2024: Cetti's zanger nog altijd in opmars

23-10-2024

De resultaten van de tellingen in oktober lijken op het eerste gezicht schrikbarend laag uit te pakken: zowel de vogeldichtheid (508 vogels per km²) als het aangetroffen aantal soorten (71) bereikte een ‘laagterecord’ over de afgelopen 12 jaar, alsof de trek nog niet begonnen zou zijn. We hebben 4861 vogels geteld op 9,6 km² (26 kavels). Er lijkt sprake van een telronde met zeer bijzondere gezichten.

Vorig jaar troffen we in oktober in Meijendel gemiddeld bijna 200 Kramsvogels per km² aan; deze maand is er in heel Meijendel zegge en schrijve 1 exemplaar waargenomen (kavel 33). Een sterker voorbeeld van hetgeen in de inleiding staat, valt bijna niet eens te bedenken. En toch is de vogeltrek wel degelijk gaande: de Krooneenden zijn al grotendeels weg, Goudhaantjes, Vuurgoudhaantjes en Kepen zijn duidelijk gesignaleerd (zij het niet in groten getale) en de Roodborst is sinds september in dichtheid al meer dan verdubbeld. Maar anderzijds, ook de Spreeuw, Koperwiek en Vink zijn bepaald (nog) niet in hun gebruikelijke aantallen / dichtheden gezien. Misschien is er sprake van uitstel van de herfst (het is ook nog steeds vrij groen voor de tijd van het jaar, nietwaar?). Maar zelf geef ik de voorkeur aan een mogelijke andere positieve uitleg: de tellers gaan steeds preciezer te werk bij het registreren van vogels met binding aan het kavel tegenover puur overtrekkende exemplaren zonder die binding.

De ontwikkeling van de berekende gemiddelde dichtheden van de Cetti’s zanger (in aantal vogels/km²) in Meijendel gedurende de afgelopen 7 herfst-/winterseizoenen (jaarlijks per maand september t/m maart). 

Hoge dichtheid
Soorten die een relatief hoge uitkomst opleverden bij de dichtheidsberekeningen, zijn: Waterral, Roodborsttapuit en Cetti’s zanger. De laatstgenoemde is qua dichtheid al boven de 6 individuen per km² gekomen (zie grafiek). Het ziet ernaar uit dat 2024 voor de soort een ‘broedsuccesvol’ jaar genoemd mag worden.

Juist lage dichtheden-van-de-maand (buiten reeds eerder genoemde soorten) vallen op voor Krakeend, Sperwer, Waterhoen, Boomleeuwerik, Merel, Zanglijster, Ekster, Groenling en Kneu. Verder is er dit keer geen enkele Goudvink meer gesignaleerd. Verschillende oorzaken zijn denkbaar: late herfst, Usutu-virus, moeilijke waarneembaarheid, weersomstandigheden enz.

Bijzonderheden
Tot slot: wat valt er onder te brengen in de reeks vermeldenswaardige bijzonderheden? Ongetwijfeld zijn hier de 2 Mandarijneenden (in kavel 84) op hun plaats. Verder wil ik graag noemen: de 2 Bokjes (kavels 13S en 45), Oeverloper (kavel 83), alweer 5 IJsvogels (kavels 1A, 10/12/76, 17 en 2 in kavel 1B), Boompieper (kavel 83), Gele kwikstaart (kavel 4/5) en Beflijster (kavel 15).

Roetvliegenvanger (bron foto: NRC 9 oktober 2024)

Maar de absolute uitsmijter van deze maand is op de teldata helaas niet (meer) aangetroffen: de Roetvliegenvanger (Muscicapa sibirica). Deze vogel is op 5 en 6 oktober waargenomen in de Ganzenhoek en dit heeft de landelijke pers gehaald (NRC, 9 oktober pagina 3).

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)