Septembertelling 2024: Vrij lage vogeldichtheid, maar ook surprises
26-9-2024
Op een geïnventariseerde oppervlakte van 10,5 km2 (27 kavels) zijn deze maand 5.441 vogels geteld. De vogeldichtheid blijkt dan 520 vogels/km2 te zijn en is daarmee net onder het gemiddelde voor de maand september. Het aantal gevonden vogelsoorten is 87. Dat is precies gelijk aan het gemiddelde over de afgelopen 10 jaar. Maar nader inzoomend is er toch aardig wat opvallends te melden.
Eerst maar even de in het oog springende zaken die het minst zullen verrassen: de dieptepunten van de dichtheid voor de Merel en de Goudvink. De afname van deze soorten neemt dramatische vormen aan; beide soorten zijn zo langzamerhand vrijwel verdwenen uit Meijendel. De hoop is er natuurlijk op gericht dat dit - zij het ernstig - ook tijdelijk zal blijken te zijn. De Merel zal nog wel wat stijging gaan vertonen vanwege de trek vanuit het noorden.
Lage dichtheden
Opmerkelijk zijn dit keer ook de lage dichtheden van twee soorten die in Meijendel in het algemeen juist veelvuldig aanwezig zijn: de Grauwe gans en de Kuifeend. De Grauwe gans is gekelderd van gemiddeld 18 naar 3 vogels/km² en de Kuifeend van 35 naar 24. Vooral de eerstgenoemde daling lijkt spectaculair maar kan eenvoudig het gevolg zijn van een lang aanhoudend verblijf van de ganzen op (vanwege weersomstandigheden) grasrijke weilanden, meer in het binnenland gelegen. Overigens ook Kuifeenden kunnen het opzoeken van de kustomgeving vanuit voedselrijke weidegebieden uitgesteld hebben.
![]() |
| De berekende gemiddelde dichtheid van de IJsvogel in september 2024 (in aantal vogels/km²) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen). |
Hoge dichtheden
Juist hoge dichtheidsscores van deze maand zijn te melden voor de Waterral, de Meerkoet, de Graspieper, de Roodborsttapuit, de Cetti’s zanger, de Tjiftjaf en de Ekster. De weersomstandigheden kunnen in de vogeltrekperiode voor veel soorten enigszins sturend werken in het verloop van die trek. En dat kan tot gevolg hebben dat de soort juist bij het tellen een (duidelijk) verhoogde dichtheid vertoont. Maar bij standvogels als de Meerkoet, de Cetti’s zanger en de Ekster spelen waarschijnlijk andere factoren een rol. De Meerkoet is wellicht verwend door de gespreide nattigheid van afgelopen broedseizoen. De Cetti’s zanger is in Meijendel waarschijnlijk nog steeds aan het toenemen, gewoon als gevolg van voortplanting. En van de Ekster zijn 19 exemplaren aangetroffen in kavel 31, een plek in de buurt van het strandleven tegen Scheveningen aan, waar hun kans op succesvol foerageren groot is. Het kavel is lange tijd niet geteld. Daarom kan zo’n grote groep Eksters een forse bijdrage aan de dichtheid opleveren en zo de plotselinge recordscore doen ontstaan.
| Bonte vliegenvanger (foto: Jan Westgeest) |
Krentjes
En tot slot nog de ‘krenten uit de pap’. In deze periode van overgang van broedtijd naar vogeltrek zijn altijd wel aantrekkelijke waarnemingen te verwachten maar in het onderstaande rijtje komt u vast ook enkele extra opmerkelijke tegen. Twee uilensoorten: de Bosuil (1 in kavel 17 en 2 in kavel 51, plus een roepend individu gehoord vanuit kavel 10/12/76 in naburig kavel 8) en de Ransuil (1 in kavel 10/12/76). Verder: 1 Boomvalk (in kavel 33), 10 IJsvogels (in 8 kavels), 1 Koekoek (in kavel 1B), 1 Zwarte roodstaart (in kavel 42), 2 Paapjes (1 in kavel 17 en 1 in 13S), 1 bijzonder vroege Koperwiek (in groepje Zanglijsters; in kavel 42), 1 Braamsluiper (in kavel 10/12/76), al 8 Vuurgoudhaantjes (in 3 kavels), 1 Bonte vliegenvanger (in kavel 52), 3 Kuifmezen (in kavel 71) en 1 Appelvink (in kavel 64).
Graag wens ik al onze tellers een mooi herfst-/winterseizoen toe.
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)
