Maarttelling 2024: wordt het steeds meer een Tjiftjaf-voorjaar?

3-4-2024

Het gemiddelde van de vogeldichtheid voor maart is bijna niet preciezer te benaderen dan in deze telronde gebeurde. Over het afgelopen decennium bedroeg het 418 vogels/km2 en deze keer kwam de dichtheid uit op 420 vogels/km2. De records van dichtheden voor deze maand vielen toe aan enkele opvallende soorten, met de Tjiftjaf als grote winnaar. We hebben op 9,4 km2 (27 kavels) in totaal 3.967 vogels waargenomen en wel van 75 soorten.

De waargenomen dichtheden van de Tjiftjaf (in aantal vogels/km²) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand).

Vorig jaar viel midden maart ook al een hoog aantal Tjiftjaffen op (265 stuks; dichtheid 29 vogels/km2, toen een absoluut record voor de soort tijdens herfst-/wintertellingen). Dit jaar is dat nog overtroffen: 281 vogels; dichtheid 30 per km2. De soort doet het duidelijk goed (zie grafiek). Lang stond de ‘evenknie’ van de Tjiftjaf, de Fitis, bekend als de meest voorkomende broedvogel in Meijendel maar deze neemt al jaren af. Zou er een vorm van samenhang zijn? Mij is daar (nog) niets van bekend. En hoe zou de Fitis het dit jaar gaan doen?

Hoge dichtheden waren er nu overigens ook voor Brilduiker, Scholekster, Witte kwikstaart, Kuifmees, Gaai, Sijs en Kneu, in een aantal gevallen lijken deze te danken aan de aanwezigheid van wat extra grote aangetroffen groepjes.

De waargenomen dichtheden van de Ekster (in aantal vogels/km²) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand).

De laagste dichtheden voor de maand maart vertoonden de soorten: Fuut, Buizerd, Meerkoet, Merel, Zanglijster en Ekster. De Fuut en de Meerkoet hebben er wellicht op gemikt dat er niet veel vorst meer te verwachten is en zich al verspreid richting binnenland (en/of noorden). De Merel en de Zanglijster lijden mogelijk nog van de naweeën van hun virusepidemie en de Ekster gaat al lange tijd achteruit in Meijendel (zie grafiek). Bij de Buizerd lijkt er gewoon sprake van een uitschieter naar beneden in de waarnemingen. (Roofvogeldichtheden zijn vrij onzeker; een individu kan gemakkelijk in meerdere kavels worden geteld.)

De Wilde eend en de Cetti’s zanger hebben in het hele afgelopen seizoen elke maand een dichtheid boven de gemiddelde dichtheid over de afgelopen tien jaren voor die maand gehaald. Deze soorten lijken in Meijendel toe te nemen, zeker in de laatste jaren. Er zijn ook enkele soorten die elke maand juist een lagere dichtheid bereikten dan het meer-jaarlijkse maandgemiddelde: Dodaars, Watersnip, Groene specht, Glanskop en Goudvink.

De drie laatstgenoemden gaan in Meijendel al nagenoeg het hele decennium achteruit, maar de Dodaars lijkt pas de laatste paar jaren enigszins af te nemen. De Watersnip is eigenlijk enkel in het afgelopen seizoen vrij weinig opgemerkt. Hopelijk zullen dit dus tijdelijke verschijnselen blijken te zijn.

Appelvink (foto: Jan Westgeest)

Als meest in het oog springende waarneming zou ik ditmaal de Appelvink in kavel 105 willen voordragen, ofschoon het Bokje in kavel 13S hiervoor ook best in aanmerking had kunnen komen.

Tot slot natuurlijk weer heel veel dank aan alle tellers voor hun onstuitbare inzet. Niet alleen voor het tellen zelf maar ook voor het telkens voldoende vlot inbrengen van de telresultaten in het SOVON-systeem zodat ik doorgaans vrij snel na de telweekends de gegevens kan verzamelen en de verslagjes samenstellen.

Graag wens ik hun ook een heel fijn voorjaars- en zomerseizoen 2023, met geregeld fraaie en af en toe heel verrassende waarnemingen! En hopelijk met ook veel Fitissen.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)