Februaritelling 2024: Schuift de voorjaarstrek naar voren?
24-2-2024
Op de teldagen zaterdag en maandag leek het voorjaar zich aan te dienen. Het weer was zacht, de sneeuwklokjes, krokussen en narcissen bloeiden uitbundig en enkel de zon ontbrak nog een beetje. En sommige ‘voorjaarssoorten’ vogels leken relatief vroeg het voorjaar in de kop te hebben. De gemiddelde vogeldichtheid was 379 vogels/km2 (gemiddeld voor februari over de afgelopen 10 jaar: 362 vogels/km2). Er zijn 3879 vogels gemeld (70 soorten) op een totaal geïnventariseerd oppervlak van 10,2 km2 (28 kavels).
![]() |
| Het dichtheidsverloop van de Boomleeuwerik in het lopende seizoen, vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden in de afgelopen zestien jaar (in aantal vogels/km²). |
Aan een aantal hoge dichtheden voor de maand februari lijkt een vroege voorjaarstrek af te lezen. Opvallend is dat de dichtheden voor de Boomleeuwerik, Graspieper, Winterkoning, Heggenmus, Roodborst en Roodborsttapuit (stuk voor stuk sowieso vroege voorjaarssoorten tot zelfs geheel of gedeeltelijk overwinteraars) alle een record voor deze maand bereikten (zie bijvoorbeeld de grafiek van het seizoensverloop van de dichtheid voor de Boomleeuwerik).
De Nonnetjes, die in afgelopen december en januari in relatief hoge dichtheid aanwezig waren, zijn nu alweer in aantal afgenomen. En de Brilduiker die doorgaans pas eind februari/begin maart z’n top bereikt, haalde nu het absolute dichtheidsrecord van de afgelopen tien jaar! Verder lijkt ook de Grote zaagbek vroeg over z’n dichtheidshoogtepunt heen.
Kortom, schuift het voorjaar geleidelijk naar voren op en handelen de vogels daarnaar? Overigens zijn van de Tjiftjaf en de Zwartkop, twee soorten waarvan ook bekend is dat zij tegenwoordig ’s winters minder ver weg trekken, nog weinig waarnemingen geregistreerd. Maar deze soorten zingen in februari nog niet of nauwelijks en onttrekken zich gauw en gemakkelijk aan waarnemers.
![]() |
| Het dichtheidsverloop van het Nonnetje in het lopende seizoen, vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden in de afgelopen zestien jaar (in aantal vogels/km²). |
Laagterecords
Laagterecords in deze maand zijn genoteerd voor de volgende soorten: Knobbelzwaan, Nijlgans, Krooneend (er is er nog niet één waargenomen!), Meerkoet, Watersnip, Ekster en Goudvink. Terugkijkend zijn de genoemde watervogels eigenlijk in vrijwel het gehele seizoen achtergebleven in hun dichtheid; maar dit is welhaast onmogelijk te duiden….
Met de Ekster en de Goudvink ligt het anders: deze soorten gaan al meerdere jaren achteruit. Ook de Groene specht en de Glanskop gaat het allang niet meer echt voor de wind. De vraag rijst zelfs of deze soorten zich in de huidige lage dichtheid in Meijendel kunnen handhaven. (Of zou zich de laatste paar jaar enige stabilisatie aftekenen?) Heel anders vergaat het de Cetti’s zanger! Die is nog steeds in opmars!
![]() |
| Het dichtheidsverloop van de Grote zaagbek in het lopende seizoen, vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden in de afgelopen zestien jaar (in aantal vogels/km²). |
Witkoppig
Tot slot wil ik als bijzonderheid nog graag noemen dat een ‘witkoppige’ Staartmees is gemeld die niet een Witkopstaartmees bleek te zijn. Enig speurwerk op internet maakt niet echt duidelijk hoe deze variant ontstaat, maar onderschrijft het bestaan van de vorm wel. Er zou sprake kunnen zijn van een intermediair of kruising tussen de ondersoorten europaeus en caudatus. Verder is bekend dat er (bijv. bij Merels) vormen van leucisme kunnen voorkomen: een gen-afwijking die tot verminderde pigmentatie (witte plukjes veren) leidt, maar of dat bij de Staartmees ook zo is? Hoe dan ook, de natuur kent allerlei mogelijkheden en blijft variëren!
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)


