Decembertelling 2023: zijn de trekvogels vroeg of gaan ze niet (zo ver) weg?

23-12-2023

Net als in vorig jaar ging aan onze decembertellingen een (korte) koude periode vooraf. Op de teldagen zelf waren de weersomstandigheden overigens gelukkig overwegend vrij gunstig. Er zijn ook aardig wat vogels aangetroffen: 5188 (van 77 soorten incl. Soepeend) en de gemiddelde vogeldichtheid (465 vogels/km2) lag boven het gemiddelde over het afgelopen decennium. De telgegevens zijn afkomstig van 31 kavels (11,1 km²).

De berekende gemiddelde dichtheid van de Grote zaagbek in de herfst van 2023 (in aantal vogels/km²) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen).

Bij de watervogels dook al meteen de eerste verrassing op: de dichtheid van de Dodaars bereikte dit keer het tienjarig laagterecord (3,14 vogels/km²). Vorig jaar was de dichtheid in december meer dan twee maal zo hoog! Maar deze keer lag er geen ijs, dus deze diertjes konden overal onderduiken (om niet opgemerkt te worden) Verder liet de Krakeend het ditmaal behoorlijk afweten, met een dichtheid van nog geen 60 % van het gemiddelde voor deze maand.

De Aalscholver bereikte voor december juist een topdichtheid. In de buurt van de zeekust is deze vogel ’s winters natuurlijk in z’n nopjes want hij kan kiezen waar hij gaat jagen: in zoet of zout water. Verder werden er in kavel 45 maar liefst 35 Nonnetjes aangetroffen. Ook dit is een decemberrecord. Hieraan valt toe te voegen dat soorten als de Grote zaagbek en de Brilduiker nu ook al wat vroeger dan gemiddeld van de partij lijken te zijn. Juist deze duikeenden zijn soorten die doorgaans pas in de tweede helft van de winter pieken. Je zou je nu dus kunnen afvragen of deze vogels dit jaar met opzet relatief vroeg zijn aangekomen en wat dat dan zou kunnen betekenen, maar daarvoor lijken de afwijkingen me toch te weinig systematisch (en) significant; de gevonden dichtheidsvariatie kan gewoon op toeval berusten. Bovendien zijn de Wilde eend, de Wintertaling, de Slobeend en de Tafeleend in verhoogde dichtheid aanwezig. Voor deze vogels zou er best gewoon voldoende voedsel en veiligheid aanwezig kunnen zijn om langer dan voorheen in Meijendel te verblijven.

De berekende gemiddelde dichtheid van de Goudvink in de herfst van 2023 (in aantal vogels/km²) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen).

Verder trekken niet nodig?
Andere soorten zoals de Houtduif, de Graspieper en de Koperwiek zijn ook in (nog) relatief hoge decemberdichtheden aangetroffen. Zou verder trekken voor hen nog niet zo hard nodig zijn? Zelfs 5 Tjiftjaffen en 3 Roodborsttapuiten zijn gespot. Zij kunnen wel gedurende de hele winter aanwezig blijven, energetisch altijd gunstig! Opvallend lage dichtheden kwamen tevoorschijn voor de Grote bonte specht, de Heggenmus, de Staartmees en de Goudvink. De laatstgenoemde is – evenals de Glanskop – intussen blijvend onze extra aandacht waard, want deze twee soorten dreigen steeds duidelijker uit Meijendel te verdwijnen. De drie andere lage waarden kunnen het gevolg zijn van toeval tijdens de tellingen. Er is bij hen (nog) geen evidente tendens van teruggang.

Rotgans (foto Jan Westgeest)

Het erelijstje
En ten slotte het erelijstje (al heeft dat natuurlijk altijd iets subjectiefs): de Rotgans in kavel 10/12/76, de Middelste zaagbek in kavel 45, de Blauwe kiekendief in kavel 1B, de Grote gele kwikstaart in kavel 14 en de zeven Pestvogels in kavel 6.

Met hartelijke dank aan alle tellers voor hun inzet in het jaar 2023! Graag wens ik hun allen en aan u als belangstellende lezer(es) een heel gezond en zeer voorspoedig nieuw vogeljaar toe!

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)