Oktobertelling 2023: Een opvallende kramsvogelpiek

1-11-2023

De resultaten van de oktobertellingen in Meijendel zien er dit jaar nogal gemiddeld uit (zij het hoogstens ietwat aan de onderkant van  het gemiddelde over de afgelopen tien jaren). We hebben 8.838 vogels aangetroffen op 9,7 km2 (27 kavels). Dit betekent een gemiddelde vogeldichtheid van 907 vogels/km2, terwijl de oktoberdichtheid gemiddeld over meerdere jaren rond de 1.000 vogels/km2 bedraagt. Toch past hierbij wel een kanttekening: bij vogeltrek (vooral zoals in oktober) is het niet ondenkbaar dat vogels die feitelijk overtrekken, door tellers meegeteld worden als zijnde ‘geheel of gedeeltelijk aan het kavel gebonden’ op het moment van tellen. Dit kan voor sommige soorten tot (te) hoge dichtheidswaarden leiden.

De berekende gemiddelde dichtheid van de Kramsvogel in september en oktober 2023 (in aantal vogels/km²) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen (de streepjeslijnen).

Oktober toont jaarlijks de hoogste uit waarnemingen berekende vogeldichtheid van het herfst-/winterseizoen. En dit jaar valt binnen dat geheel direct de bijzonder hoge piek van de Kramsvogel op, 200 per km² (zie grafiek links); het is de hoogst gemeten dichtheid in de afgelopen tien jaar. Vrijwel jaarlijks blijkt de dichtheid van de Koperwiek aanzienlijk boven die van de Kramsvogel uit te komen, maar dit jaar blijft de Koperwiek dus achter (nog geen 175 per km²). Het lijkt er dus sterk op dat we juist dit jaar precies in het weekend tijdens de top van de Kramsvogeltrek hebben geteld, of daar heel dichtbij. Maar het aantal kan geflatteerd zijn.

De opmars van de Grote zilverreiger (berekende dichtheden in het afgelopen decennium in aantal vogels/km²).

In opmars
Ook een andere soort bereikte z’n hoogste dichtheid ooit gemeten: de Cetti’s zanger. Maar dat zal waarschijnlijk minder verrassen; deze soort is nog altijd in opmars en het gaat ‘m kennelijk - figuurlijk - almaar voor de wind. De volgende soorten kwamen deze keer in oktober enkel qua dichtheid-van-de-maand ‘bovendrijven’: Fuut, Grote zilverreiger (ook nog immer in opmars; zie grafiek rechts), Slobeend, Kuifeend en Kleine mantelmeeuw. Verder viel in kavel 10/12/76 een Grote zaagbek op, een soort die zich in Meijendel niet eerder in oktober liet tellen. En voor de volledigheid zij nog vermeld: ook de Groenling liet een hoge maanddichtheid berekenen. De belangrijkste bijdragen hierbij: in kavel 17 werden er alleen al 30 gesignaleerd en verder 11 in kavel 64; die tikten stevig aan!

Kramsvogels
Kramsvogels (foto: Jan Westgeest)

Lage aantallen
Opvallend lage dichtheden voor de maand daarentegen zijn (min of meer verrassend) gevonden voor de Watersnip, Graspieper, Winterkoning, Zwarte kraai en Rietgors en (wellicht minder onverwacht) voor de Havik, Merel, Glanskop en Goudvink. Met deze laatste soorten gaat het al geruime tijd moeizaam tot niet goed, maar de eerstgenoemde zijn hopelijk gewoon toevalstreffers. Verder is het waargenomen totaal aantal soorten, 75, deze keer nogal laag. Meestal treffen we er in oktober wel rond de 80 aan. Waren de tel-omstandigheden soms teveel slachtoffer van weersinvloeden?

Smaakmakers
En welke smaakmakers kunnen we tenslotte opvoeren?. Er is (slechts) één Roerdomp opgemerkt, in kavel 83. Ook de Kuifmezen zijn misschien het vermelden waard: ditmaal zijn er één in kavel 71 en eentje in kavel 77 gesignaleerd. Maar als meest bijzondere soorten zou ik toch willen noemen: de Velduil in kavel 8 en de Boompieper in kavel 33, respectievelijk een aan- of langskomer en een vertrekker.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)