Septembertelling 2023: In eerste aanblik een nogal gemiddelde telling...

1-10-2023

De start van het nieuwe telseizoen toont als overall-resultaat: er zijn 4980 vogels waargenomen op een oppervlakte van 9,5 km2 (27 kavels). De gemiddelde vogeldichtheid komt uit op 522 vogels/km2 en is daarmee vrijwel gelijk aan de gemiddelde dichtheid over alle septembermaanden van de laatste 10 jaar. Maar bij inzoomen naar de details past het woord ‘gemiddeld’ veel minder bij deze telronde: het aantal gevonden vogelsoorten is met 90 (incl. Soepeend) vrij hoog en er zijn heel wat aardige bijzonderheden te melden.

Per soort beschouwd is de gemiddelde dichtheid, berekend over het gehele onderzochte oppervlak binnen Meijendel, ondanks de vele onbepaalde variabelen die (tegelijk) een rol (kunnen) spelen en die allerlei systematische fouten (kunnen) opleveren, wellicht de meest indicatieve grootheid om in grote lijnen naar ontwikkelingen door de jaren heen te kijken. Daarbij kan ook rekening worden gehouden met reeds bekende soortgebonden factoren, zoals bijv. dubbeltellingen doordat vogels zich gemakkelijk in meerdere (naburige) kavels vertonen e.d. En lage dichtheden (kleine aantallen) kunnen natuurlijk (bijna) geheel op toeval berusten.

De berekende gemiddelde dichtheid van de Zwartkop in september 2023 (in aantal vogels/km²) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen).

Hoogste dichtheden
Zo bleek deze maand een zestal vogelsoorten hun hoogste dichtheid van alle herfst-/wintermaanden in de afgelopen tien jaren bereikt te hebben: Grote zilverreiger, Krooneend, Visdief, Cetti’s zanger, Zwartkop en Kruisbek. Van deze soorten lijken de Grote zilverreiger en de Cetti’s zanger al enkele jaren in Meijendel (geleidelijk) toe te nemen. De Krooneend is zelfs al sinds langer geleden (vanuit het zuiden) aanwezig en lijkt goed te gedijen op de aanwezige kranswieren. De (ene) Visdief (kavel 1B) mag gewoon een fraaie toevalstreffer genoemd worden. De Zwartkop-waarnemingen kunnen het gevolg zijn van een verzamel-effect tijdens de (tegenwoordig gedeeltelijke) trek van deze soort en van Kruisbekken is bekend dat zij in groepjes kunnen zwerven op zoek naar voedsel; in sommige jaren vertonen ze een soort invasie (zoals ook bekend is van Pestvogels).
Relatief hoge dichtheden (voor de maand) waren er verder nog voor de Grauwe gans, Krakeend, Meerkoet, Grote bonte specht, Boomleeuwerik, Tuinfluiter en Tjiftjaf.

Het absolute laagterecord (qua dichtheid) van de Merel zal weinig verbazing (meer) wekken. En – intussen begint het op te vallen – slechts één Havik is er geteld (in kavel 105). Verder zijn er (ook of nog) erg weinig Zwarte kraaien en Spreeuwen gezien; maar die hebben misschien (nog) geen trek in trek na de lange warme zomer.

Roodmus (foto: Jan Westgeest)

Smaakmakers
Maar vooral is er een indrukwekkende rij ‘smaakmakers’ die ik zou willen voorstellen: Smelleken (kavel 13S), Goudplevier (kavel 42), Velduil (kavels 8 en 13S), Grote lijster (kavel 1B), Bladkoning (kavel 16 en 33), Appelvink (kavel 71) en met een extra stipje: Sperwergrasmus (kavel 13S) en Roodmus (kavel 13 S)! Bovendien hebben de IJsvogels (1 in kavel 16 en 2 in 17A), de Vuurgoudhaan (kavel 71), de Grauwe vliegenvangers (kavels 8 en 17) en zo langzamerhand ook de steeds zeldzamer wordende Goudvink (3 in kavel 1A) nog altijd een speciaal plekje in m’n hart.

Alles bij elkaar genomen kun je toch niet echt van een ‘gemiddelde telling’ spreken? Graag wens ik onze tellers toe dat dit een richtinggevend begin van een mooi herfst-/winterseizoen mag zijn.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)