Maarttelling 2023: erg veel vogels, net als vorig jaar
9-4-2023
Vorig jaar werd voor de maand maart een indrukwekkend dichtheidsrecord aan vogels bereikt. En hoewel de gemiddelde vogeldichtheid dit jaar ietsje lager uitvalt, blijkt deze ten tweede male relatief zeer hoog: 508 vogels/km2. Voor wel 26 (van de 89 aangetroffen) soorten zijn maximale maanddichtheden gevonden. Het gaat om in totaal 4673 vogels op 9,2 km2 (27 kavels).
![]() |
| Waterpieper (foto: Jan Westgeest) |
Acht soorten bereikten zelfs de recorddichtheid over alle maanden van de afgelopen 10 jaar: Nijlgans, Grote bonte specht, Kleine bonte specht, Witte kwikstaart, Blauwborst, Roodborsttapuit, Tjiftjaf en Cetti’s zanger (de laatste over slechts de afgelopen 5 jaar omdat deze soort pas een lustrum lang in Meijendel voorkomt). De eregalerij van de overige 18 soorten omvat: Roerdomp, Grote zilverreiger, Kolgans, Canadese gans, Havik, Waterral, Boomleeuwerik, Oeverzwaluw, Graspieper, Roodborst, Tapuit, Koperwiek, Fitis, Boomkruiper, Gaai, Ringmus, Groenling en Kneu. Sommige soorten zijn nog niet helemaal weggetrokken (zoals Kolgans en Koperwiek), andere zijn wellicht nogal vroeg teruggekomen (zoals Oeverzwaluw, Blauwborst en Fitis) of misschien zelfs (bijna) de hele winter gebleven (Roodborsttapuit, Tjiftjaf en Boomleeuwerik). En veel standvogels hebben de (zachte) winter kennelijk prima overleefd (bijv. de spechten en de Boomkruiper).
Drie soorten kwamen uit op de laagste dichtheid voor maart: de Knobbelzwaan, Wilde eend en Meerkoet. Misschien zijn individuen van deze soorten buiten Meijendel hun heil gaan zoeken (bijv. om al te grote drukte te ontlopen)? Hoe dan ook, het eindresultaat mag er zijn, nog los van de bijzondere waarnemingen van de Rouwkwikstaart en de Waterpieper in kavel 14!
Grafiek 1 toont mooi de uitwerking van de (nogal zachte) laatste twee winters op de vogelwaarnemingen in maart t.o.v. de voorgaande 8 jaren.
![]() |
| De totale vogeldichtheden in Meijendel in de maanden maart van de jaren 2014 t/m 2023 (in aantal/km²). |
Fors boven gemiddeld
De vogeldichtheid in maart kwam deze twee jaren fors boven de gemiddelde waarde over alle 10 laatste jaren (414 vogels/km2) uit. Het lijkt er ook op dat de beide laatste winters op enkele vogelsoorten in Meijendel een bijzonder effect hebben gehad: De Slobeend liet in beide laatste winterseizoenen gaandeweg een ongewoon sterke toename zien (ook al was dat in een beperkt aantal kavels), de Witgat bleef juist weg; verder was de Winterkoning duidelijk meer alomtegenwoordig en de Goudhaan opvallend minder dan andere jaren! Deze vier soorten ‘sporen’ zo opvallend precies met de afwijkende totaalscores in enkel de laatste beide jaren; deze dichtheidspatronen zijn bepaald anders dan bij een geleidelijke toe- of afname in de loop van meerdere jaren (zie grafiek 2 van de Slobeend als voorbeeld).
Dank!
Het bestuur van de Vogelwerkgroep Meijendel dankt alle tellers die deelgenomen hebben aan de zgn. Watervogel-tellingen (waarbij wij in Meijendel steeds alle vogelsoorten meenemen) voor hun inzet in de afgelopen periode. Zelf heb ik intussen mijn functie binnen het bestuur overgedragen aan Ton Lansink en daarbij aangegeven dat ik voorlopig de verslagjes van de Watervogel-tellingen op de website nog wel wil samenstellen. Natuurlijk blijf ik daarbij graag rekenen op de medewerking van de collega-tellers. Hopelijk blijven velen – naast hun inzet bij de BMP-tellingen – in het komende voorjaar geregeld ook resultaten van de Watervogel-tellingen doorgeven. (Bij een handige vorm van planning zijn ook ’s zomers bepaalde BMP-tellingen hiermee goed te combineren.)
![]() |
| De waargenomen dichtheden van de Slobeend (in aantal vogels/km²) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand). |
Graag wens ik aan alle tellers van harte een heel fijn voorjaars- en zomerseizoen 2023 toe, met geregeld fraaie en soms verrassende waarnemingen!
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)


