Januaritelling 2023: Herfstweer in hartje winter; hulde aan de tellers!
30-1-2023
Als begin van een nieuw teljaar hadden we dit januari-weekend niet erg veel geluk: het was erg herfstachtig, met veel regen en wind. De zondag was misschien wel het minst mistroostig maar pas na het telweekend werd het weer gunstiger. Gelukkig heeft SOVON dit keer bij hoge uitzondering ook tellingen van direct na het weekend geaccepteerd en trof een aantal tellers het zo gunstiger: frisse droge lucht. Hulde ook aan de vele tellers die de ongunstige weersomstandigheden toch maar weer hebben weten te trotseren! Het totale geïnventariseerde oppervlak bedroeg 10,1 km² (29 kavels). Er zijn 3029 vogels (72 soorten) gemeld. De gemiddelde vogeldichtheid was laag: 301 vogels/km2. (Over de afgelopen 10 jaar was het gemiddelde voor januari 394 vogels/km2.)
Na oud-en-nieuw en zeker na het opnieuw toelaten van volop vuurwerk vrees ik altijd een beetje dat de januari-telling een ingestort vogelkwantum laat zien en nu kijkend naar de gemiddelde dichtheid krijg je de neiging te denken: zie je wel?...
Maar de kavels waar de dichtheid bij deze tellingen relatief hoog te noemen was, waren juist de kavels in de buurt van de stad! Het ligt dus toch wel ietwat genuanceerder dan je gevoel je soms probeert op te leggen. Het komt toch ook niet als eerste in je op om te verwachten dat het dichtst bij de stad juist enkele Roerdompen aangetroffen worden? En toch zijn er juist enkel niet ver van Scheveningen een paar gesignaleerd! Aan de noordkant van Meijendel was de hele vogelsoep duidelijk aanzienlijk dunner.
Grappig om op te merken was ook dat er deze maand relatief veel Houtsnippen (hoogste dichtheid van de maand in de afgelopen tien jaar) en juist weinig Watersnippen (laagste maanddichtheid) zijn opgemerkt. Het overdenken hiervan laat ik graag aan de lezer over. Soorten als deze laten zich meestal pas waarnemen als je in hun buurt komt.
In het oog springende lage dichtheden waren er voor de soorten: Grauwe gans, Wintertaling, Staart- en Koolmezen. De berekende dichtheden van deze soorten bleven vrij sterk achter bij het gemiddelde voor de maand januari (bijna de helft of nog sterker). Het is echter niet ondenkbaar dat - zeker in het winterseizoen - de gemiddelde dichtheid voor deze dieren niet zo’n goede maat is. Sommige vogelsoorten zoeken ’s winters elkaars nabijheid en als er dan bij toeval een kavel waarin zulke soorten verzameld zijn, niet is geteld, dan kan dat leiden tot vondsten die over de jaren enorm wisselen.
Leuke ontmoetingen die al enige tijd niet waren gemeld, waren deze keer o.a. de vier Kuifmezen en de Zwarte mees in kavel 72. En hoewel de Roodborsttapuit van kavel 10/12/76 op zich een vrij vaak geziene soort betreft, is deze in januari toch tamelijk bijzonder. Overigens waren er dit seizoen ook in december (de vorstperiode) nog enkele opgemerkt. De soort lijkt dus bereid te gokken op een gunstige noordelijke overwintering.
![]() |
| Gezien in K33: Drieteenmeeuwen (foto Marianne Geboers) |
De meest vermeldenswaardige waarneming van deze ronde was ‘met kop en schouders’ die van een tweetal Drieteenmeeuwen! In kavel 33 zijn de beide vogels in het kleed van hun eerste winter gesignaleerd (zie foto, met dank aan de waarnemer!). De soort is sporadisch wel al eerder in de omgeving gespot maar was nog niet eerder precies ook in onze tellingen terechtgekomen. Mogelijk heeft de harde wind hen naar de luwte van de plas gevoerd, zo meende de waarnemer.
Een van beide vogels ging na enige tijd weer op de wieken in zuidwestelijke richting maar de ander bleef achter en gedroeg zich vrij passief (moe?), ook al bleef ie wel alert.
Een bijzondere waarneming!
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)
