Novembertelling 2022: Naar een interessant tellersvraagstuk?

27-11-2022

Goudhaan (foto: Patricia van Veen)

Er zijn aardig wat topdichtheden te melden voor deze maand en zelfs twee absolute records (van berekende dichtheden over alle tellingen in de afgelopen tien jaar). Toch passen daar ook vragen bij. Er zijn 7.561 vogels (van 79 soorten inclusief Soepeend) doorgegeven, op 12,0 km2 (in 33 kavels). De gemiddelde dichtheid was met 631 vogels/km2 aan de hoge kant.

Voordat we het over de soorten met hoge dichtheden gaan hebben, is het misschien leuk nog even terug te komen op de Goud- en Vuurgoudhaantjes van het vorige verslag (oktober). De Vuurgoudhaantjes blijken dit jaar inderdaad de haantjes-de-voorsten: hun trekpiek is al duidelijk voorbij terwijl die van de Goudhaan waarschijnlijk gewoon in november op z’n plek valt. Maar ik zeg het er opnieuw even bij: het betreft slechts lage dichtheden (zie de grafieken onderaan de pagina; let trouwens in deze grafieken op het schaalverschil van de y-as).

Opvallend zijn deze keer enkele watervogels: relatief hoge novemberdichtheden kwamen uit de bus voor de Grauwe gans, Pijlstaart, Slobeend, Tafeleend en het Waterhoen terwijl de Smient zelfs een absoluut dichtheidsrecord in Meijendel bereikte. Verder waren de Rietgors, Cetti’s zanger en Groenling ruim vertegenwoordigd. Ook één Kievit tekende al voor een hoge maanddichtheid en in 5 kavels is waarschijnlijk één en dezelfde Blauwe kiekendief gesignaleerd, hetgeen voor deze soort zo’n zelfde score opleverde.

Frequentieverdeling van de dichtheden voor Roodborst en Winterkoning in Meijendel bij de vogeltellingen in november 2022.

Winterkoning en roodborst
Maar de meest in het oog lopende aantallen waren nu toch die van de Winterkoning waarvan de dichtheid een absoluut record bereikte. In één kavel (met een oppervlakte van een halve km²) werden er zelfs 60 geteld, overigens naast maar liefst 116 exemplaren van de Roodborst. De dichtheden van deze twee soorten komen daar respectievelijk uit op ruim 110 en 220 vogels/km².

Desgevraagd gaf de teller aan dat het gros van de waarnemingen auditief was en dat de spreiding over het hele kavel (met uitgestrekte duindoornstruwelen) voor beide soorten gelijkmatig was. Overtrekkende vogels worden uiteraard niet meegeteld (trouwens Winterkoningen en Roodborsten zijn ook nooit echt overtrekkend gezien; de Winterkoning trekt bovendien slechts in beperkte mate).

Enig rekenwerk (waarvoor hartelijk dank aan een wiskunstenaar onder ons!) leverde de bijgaande grafieken op van frequentie-berekeningen van de dichtheden van beide vogelsoorten. Mooi is daarin te zien dat er een vrij grote variatie in dichtheden van de beide soorten is gevonden over de diverse getelde kavels. In feite was in twee kavels sprake van uitzonderlijk hoge dichtheden.

De beelden kunnen natuurlijk vertekenen. Denk alleen al aan het meegerekende wateroppervlak in het geïnventariseerde gebied, terwijl dat voor deze soorten natuurlijk geheel buiten beschouwing zou moeten blijven. Andere ongeschikte terreindelen dragen ook bij aan zo’n verhoging. Daarnaast spelen er allerlei meer factoren een rol. Hieronder vallen ook zgn. tellerseffecten. Deze overigens bepaald niet wereldvreemde fenomenen kleven ongetwijfeld aan elke teller. Zowel overschattingen als onderschattingen van specifieke vogelsoorten komen voor en bezien over grote aantallen tellingen kunnen die elkaar bij veel tellers ook geheel of gedeeltelijk compenseren bij dichtheidsberekeningen over uitgestrekte gebieden.

Voor zover ik weet bestaat hierover (nog) erg weinig referentiemateriaal. Het enige dat ik ergens gelezen heb, is dat met name bij de Roodborst - juist tijdens de top van de herfst-trekpiek! - de dichtheid niet boven 80 individuen per km² uitkomt; op zich voorstelbaar bij zo'n krachtig territoriaal vogeltje. (Wat dit getal waard is, weet ik niet.) Zelf heb ik bovendien bijv. de indruk dat een Roodborst een teller ook heel goed (al of niet soms alarmerend) enige tijd kan volgen en dat dit dan gemakkelijk tot dubbeltelling kan leiden. Moge dit voor alle tellers een aanleiding zijn om af en toe eens bij de telresultaten stil te staan en kritisch (ook) naar de (eigen) tellingen te kijken. Uiteindelijk komt dat onderzoekingen vrijwel altijd ten goede!

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

Bovenstaande grafieken geven de berekende gemiddelde dichtheid van Goudhaan en Vuurgoudhaan in de herfst van 2022 (in aantal vogels/km2) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen).