Oktobertelling 2022: Weinig oktobervogels in Meijendel
1-11-2022
De berichten over de vogelgriep zijn al geruime tijd vrij alarmerend. En kijkend naar de berekende dichtheid van de vogels in de maand oktober in Meijendel komen we deze keer op de laagste waarde van de laatste 15 jaar uit. Wat daarvan te denken? Wie het weet, mag het zeggen…. Er zijn deze keer 5885 vogels (van 83 soorten inclusief Soepeend) aangetroffen, op 11,0 km2 (29 kavels). De gemiddelde dichtheid was dus 535 vogels/km2.
![]() |
| De berekende gemiddelde dichtheid van de Wilde eend in oktober 2022 (in aantal vogels/km2) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen). |
Kijkend naar de gevonden dichtheden voor specifiek de maand oktober viel bij de zwemmende watervogels‘ vooral op dat er enerzijds weinig Grauwe ganzen en Krooneenden (minder dan helft van gemiddeld over het laatste decennium) en anderzijds juist veel Canadese ganzen (4 x de gemiddelde waarde) zijn gezien. Ook de Wilde eend en de Kuifeend kwamen boven de gemiddelde waarde uit. De overige soorten weken niet opvallend af van hun gemiddelde dichtheid. Dit totaalbeeld ziet er dus eigenlijk vrij doorsnee uit. En de rallen, steltlopers en meeuwen laten al evenmin echte afwijkingen van ‘normaal’ zien.
De lijstersoorten laten het daarentegen duidelijk sterk afweten: de Merel (nog geen 40 % van gemiddeld), de Zanglijster (nog geen kwart), de Koperwiek (nog geen vijfde) en de Kramsvogel (minder dan 5 %!) zijn kennelijk ofwel nog zeer beperkt op trek of sterk achtergebleven in de tot nu toe afgelegde afstand. Hetzelfde geldt voor de Spreeuwen (nog geen vijfde van ‘normaal’).
Ook voor de Vink en de Keep bleef dit jaar de trek tot dusverre achter: respectievelijk de helft en een kwart van het gemiddelde van de dichtheid over tien jaren. Een merkwaardige bijzonderheid vormden overigens de Goudhaantjes en de Vuurgoudhaantjes: van de Goudhaantjes is slechts iets meer dan een tiende van de gemiddelde dichtheid aangetroffen terwijl die aan Vuurgoudhaantjes juist bijna drie keer de gemiddelde waarde bereikte. Vorig jaar kwamen deze pas medio november! Maar het gaat hierbij wél om kleine aantallen: respectievelijk een tiental tot enkele tientallen exemplaren, al viel het wel meteen op.
Maar dit alles overziend en de alarmbellen over vogelgriep gehoord hebbend, moeten we dan ter verklaring wel aan effecten van deze akelige vogelziekte gaan denken? Zo’n vraag komt al snel in je op. Hoe valt dat dan te rijmen met het vóórkomen van de ziekte bij vooral watervogels? Hebben lijster-, vinkensoorten en spreeuwen daar ook zo’n last van?
Of zou als mogelijke oorzaak misschien het veranderende klimaat hier sluipend om de hoek komen kijken? Het blijft dit jaar zelfs nu nog relatief warm. Kan dit de vogeltrek vertragen of zelfs ernstiger aantasten? Iets om over na te denken dus!
Ongetwijfeld zullen de klimaatveranderingen grote invloed kunnen gaan hebben op de vogeltrek. Zou het dan bij sommige vogelliefhebbers (‘twitchers’) ook een vervolgvraag kunnen oproepen: eens (blijven) stilstaan bij welk belang precies wordt gediend met lange brandstofritten voor het waarnemen van bijv. een verdwaalde Geelbrauwgors?
![]() |
| Roodkeelduiker - Foto: Jan Westgeest |
Tot slot de opvallende waarnemingen; mijn voorstel luidt: de Roodkeelduiker in kavel 32, de 4 Zwarte roodstaarten in kavel 42, de Bladkoning in kavel 10/12/76, de Baardman in kavel 2 en misschien ook die hele club van 80 Canadese ganzen in één kavel, nl. 91?
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

