Septembertelling 2022: Omslag na droge warme zomer

2-10-2022

De spreiding van de dagen waarop deze keer is geteld, blijkt vrij groot: de gebezigde teldata liepen uiteen van 12 tot 22 september. In de resultaten zijn dan ook laatvertrekkers naast vroegkomers te verwachten. In totaal zijn 81 soorten aangetroffen (inclusief Soepgans en -eend), op 10,0 km2 (27 kavels). De 4594 waargenomen vogels leiden dus tot een gemiddelde dichtheid van 459 vogels/km2. Tien soorten vertoonden een voor deze maand minimale dichtheid en slechts twee soorten een maximale voor september.

Laten we eerst maar eens dat tiental nader bekijken. Het zijn: Havik, Waterhoen, Grote bonte specht, Heggenmus, Zwartkop, Fitis, Glanskop, Koolmees, Gaai en Goudvink.

Voor de Havik zal de lage dichtheidsuitkomst niet verbazen; deze soort heeft zich nu ook al twee zomers duidelijk minder laten zien dan in voorgaande jaren. En evenals bij het Waterhoen gaat het om een soort met een in het algemeen erg lage dichtheid. Dit laatste geldt overigens specifiek voor de maand september ook voor de Fitis. De Glanskop en de Goudvink doen het al een paar jaar niet goed. Maar bij de Grote bonte specht, de Heggenmus en de Zwartkop lijkt er meer sprake van uitschietende waarden (naar beneden).

De berekende gemiddelde dichtheid van de Koolmees in september 2022 (in aantal vogels/km2) in Meijendel vergeleken met de gemiddelde maandelijkse dichtheden over de afgelopen tien herfst-/winterseizoenen).

Opvallend zijn verder de minimale dichtheden van de Koolmees en de Gaai. Deze soorten leken tijdens de zomertellingen in de afgelopen vier jaar juist (weer) in een ietwat stijgende lijn terechtgekomen te zijn. Maar ook zij kunnen natuurlijk een uitschietende waarde vertonen. Vorig jaar bereikte de gemiddelde dichtheid van de Gaai in september juist de hoogste waarde ooit!

In hoeverre de aard van de afgelopen zomer voor elk van de genoemde soorten een (ander stukje van de) oorzaak kan betekenen, is al helemáál de vraag. Droogte kan bijvoorbeeld invloed hebben op het voedselaanbod (en daarmee het verblijfsgebied). Kortom: het is vooral koffiedik kijken; maar mogelijk interessant genoeg om bij de komende tellingen in de gaten te houden?

Visarend
Visarend (foto: Jan Westgeest)

Bijzonderheden
Leuke bijzonderheden vormen twee maximale september-dichtheden: die van de Visarend en de Cetti’s zanger. De laatstgenoemde doet het (dus) nog altijd heel goed terwijl het bij de Visarend heel misschien wel om twee afzonderlijke exemplaren zou kunnen gaan: een in Meijendel-Zuid en eentje in de noordelijke helft. Alhoewel de kans dat het er één was, natuurlijk aanwezig blijft én best heel groot is.

Ook de waarnemingen van een Roerdomp, de eerste Brilduiker, een Duinpieper, waarschijnlijk één Boomvalk en één IJsvogel (de beide laatsten in enkele naburige kavels) zijn apart vermeldenswaardig. Laten we hopen dat dit de belofte voor een mooi telseizoen mag blijken te zijn!

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)