Weer geen winter in februari 2022

20-2-2022

De februari-telling toont dit jaar een aardige gelijkenis met die in januari. Opnieuw ligt de vogeldichtheid een beetje onder het gemiddelde van de afgelopen tien jaar: 322 vogels/km2. (Die gemiddelde februari-waarde zelf is 360 vogels/km2.) Weer zien we relatief veel Krooneenden en recordaantallen Slobeenden. Verder is het nog steeds opvallend stil in de duinen en kennelijk wil het blijvend niet echt winteren. Het lijkt soms meer op herfst. Er zijn in totaal 3.503 vogels geteld van 77 soorten (wat minder vogels, maar van wat meer soorten) op 10,9 km2 (29 kavels). En als klap op de vuurpijl is er opnieuw een uil waargenomen, zij het nu een helaas dode Kerkuil.

De dichtheden van de Grote zaagbek (in aantal vogels/km²) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand).

Tellen op de ‘echte’ teldag werd deze maand extra beloond; zaterdag was namelijk de dag met het mooiste weer. Weliswaar was er in de nacht aan de grond een klein beetje vorst geweest, maar van winterweer was nog altijd geen sprake. De Grote zaagbek lijkt het hier dit seizoen goed te kunnen uithouden en verder trekken naar het zuiden leek niet in hem op te zijn gekomen (zie grafiek). Ook de Koperwieken (er waren er relatief veel voor deze maand) zijn misschien niet veel verder zuidelijk geweest en keren alweer via dezelfde route op hun wieken terug naar het noorden.

Lage dichtheid en eenlingen
Relatief vrij veel (6) soorten lieten voor de maand februari een opvallend lage dichtheid berekenen: Nijlgans, Krakeend, Nonnetje, Halsbandparkiet, Groene specht en Zwarte kraai. Voor de ene soort kan dit samenhangen met de toevallige cocktail van deze keer getelde kavels, maar andere soorten (zoals bijv. de Groene specht en de Zwarte kraai) lijken toch al een paar jaar geleidelijk achteruit te gaan; soorten om wat extra op te letten dus?

En ook ditmaal lijkt het leuk om alle ‘eenlingen’ apart te noemen, juist ook vanwege de gevarieerde lijst die dit oplevert. Oordeel zelf maar: Roerdomp, Pijlstaart, Nonnetje, Bokje, Veldleeuwerik, Roodborsttapuit en Kuifmees. Hierbij kan ik niet nalaten om - als extraatje - één bijzondere soort toe te voegen waarvan 2 exemplaren zijn waargenomen: het Baardmannetje in kavel 2!

Kerkuil tijdens het ringen in 2021.

Dode kerkuil
Als uitsmijter van deze maand moge een dode Kerkuil genoemd worden. Het gebied binnen het werkterrein van Dunea wordt niet geteld. Zodoende kunnen in onze telresultaten tot dusverre de vogels die daar huizen, steeds ontbreken. Verder is een gegeven dat juist daar sinds enige tijd o.a. de Kerkuil is gehuisvest. In 2021 zijn er zelfs jongen geringd. Tijdens de februari-telling zijn er nu resten van een dood exemplaar van deze soort aangetroffen in kavel 42. Mogelijk was dit dus een exemplaar uit Meijendel zelf (ook al is er geen ring aangetroffen; immers een Vos kan met de resten hebben gesleept, getuige de bijtsporen op een teruggevonden veer). Zie de bijgaande foto’s. Hoe het ook zij, in mijn ogen vormt dit een uiterst bijzondere waarneming van deze telronde, die in dit verslag zeker niet mag ontbreken.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

Veer van dode Kerkuil. (Foto’s Reinder de Boer)