Oktobertelling 2021: over Grauwe ganzen, Kepen en Bokjes

25-10-2021

Met een gemiddelde van 1.328 vogels/km2 kwamen we in deze oktobermaand qua vogeldichtheid aardig aan onze trekken en duidelijke records waren er voor de Grauwe gans en de Keep. Ook Bokjes vielen op. Op het moment van schrijven dezes zijn er 13.806 vogels geregistreerd, van 83 soorten, op 10,4 km2 (27 kavels).

Relatief zijn er aardig wat watervogels aangetroffen. De bijna 800 Grauwe ganzen waren verdeeld over slechts een viertal kavels (één kavel met één exemplaar even buiten beschouwing latend). De dichtheid van de Kuifeend bereikte een top voor de maand oktober de Wilde eend en Krooneend waren ook ruim vertegenwoordigd en dit drietal kwam redelijk gespreid voor. De Dodaars daarentegen bleef nu duidelijk achter in vergelijking met deze maandtellingen in de laatste zes jaar.

Aparte aandacht verdient dit seizoen – evenals trouwens vorig jaar – het Bokje. Met name in kavels 13S en 14 zijn er in totaal 11 aangetroffen. Vorig jaar was de soort in de maanden oktober t/m januari aanwezig. Gaan we dit opnieuw beleven? Wellicht iets om in de gaten te houden; ze zijn niet elk jaar aanwezig maar áls ze er zijn, kunnen ze gemakkelijk worden gemist tijdens het tellen.

De waargenomen dichtheden van de Keep (in aantal vogels/km²) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand).

De lijster- en de vinkentrek was - zoals gebruikelijk in oktober - goed op stoom. (En de spreeuwentrek is natuurlijk al helemaal niet te missen.) Bij het tellen van de verschillende soorten lijsters en vinken zullen ongetwijfeld tellerseffecten optreden. Maar uit deze telronde komt toch duidelijk een opvallend resultaat naar voren: er waren dit keer relatief veel Kepen! De dichtheid bleek zelfs bijna dubbel zo hoog als in 2017 en 2018, twee ‘goede kepenjaren’. Het lijkt dus de moeite waard om ook in de komende maanden op de Keep te blijven letten.

Opvallend lage dichtheden voor de maand oktober kwamen tevoorschijn voor soorten als de Tjiftjaf, Goudhaan, Staartmees en Glanskop. Onwillekeurig ga je dan aan de achteruitgang van insecten denken. Er wordt vast al wel onderzoek gedaan naar hoe het de vooral of uitsluitend insectenetende vogels vergaat. Op grond van de waarnemingen bij de vogeltellingen in Meijendel zijn hierover – voor zover ik kan overzien – echter nog geen echt waardevaste uitspraken te doen, maar het lijkt verstandig om ook dit aandachtspunt in het achterhoofd te houden. Overigens liet ook de Zwarte kraai een opvallend lage oktoberdichtheid zien.

Zeekoet aangespoeld op het strand (foto: Ton Schijvens)

Het strand voor onze kust behoort eigenlijk niet tot het telgebied maar soms treffen onze tellers toch ook daar interessante waarnemingen. Op bijgaande foto van een van onze nieuwste tellers is een aangespoelde dode Zeekoet te zien. Deze bereikt onze statistieken niet, maar krijgt hier dan toch een plekje.

Tot slot zou ik als kersen op de tellingstaart van deze maand willen noemen: de Brilduiker in kavel 43, de Bosuil in kavel 16S, de twee Ransuilen in kavel 10/12/76, de Bladkoning in hetzelfde kavel, de Appelvink in kavel 14 en de Raaf in kavel 12A. En de twee Tapuiten in kavel 33 tonen aan dat de soort in de trektijd gelukkig af en toe nog steeds acte de présence geeft.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)