Septembertelling 2021: Boeiende vogelmix in bijna voorspelbaar eindresultaat
30-9-2021
Wie globaal naar het eindresultaat van de septembertelling in 2021 kijkt, krijgt precies het gemiddelde van de afgelopen tien jaren te zien: de berekende dichtheid van 496 liet zich (met een gemiddelde van 502 vogels/km2 in het afgelopen decennium) eigenlijk keurig voorspellen. In totaal zijn 4615 vogels waargenomen, van 81 soorten, en wel op 9,3 km2 (24 kavels).
Niet eerder zijn er zó veel Gaaien waargenomen als in deze telronde: in totaal 196 stuks. De dichtheid van deze soort kwam daardoor boven de 20 individuen/km² uit, terwijl de gemiddelde dichtheid in deze maand (toch al die met steeds de hoogste Gaai-dichtheid!) de helft daarvan bedraagt. Het lijkt echt op een invasie dit jaar; ook op de trektelpost in Scheveningen bleken er dit weekend relatief zeer veel langs te komen. Natuurlijk kunnen er individuen in meerdere kavels zijn genoteerd, maar dan nog was hun aantal bepaald opmerkelijk.
![]() |
| Dichtheden van de Gaai |
Toelichting grafiek: Dichtheden van de Gaai (in aantal vogels/km2) bij de herfst-/ wintertellingen in het seizoen 2020/2021 en de gemiddelde dichtheden in het afgelopen decennium (per telmaand) vergeleken met de dichtheid in september 2021.
Ook de Torenvalk springt er dit keer uit, met 16 waarnemingen. Jagend verschijnt een soort als deze zeker in meerdere kavels, met als gevolg dubbeltellingen. Maar de spreiding over de kavels en de waarneming van 4 exemplaren in één kavel lijken er toch wel op te wijzen dat het de soort in Meijendel tegenwoordig wat meer voor de wind gaat dan jarenlang het geval is geweest.
De Zanglijster en de Merel zijn in de eindresultaten duidelijk ondervertegenwoordigd. De Merel heeft zich in het hele afgelopen jaar al veel minder laten zien en horen dan voorheen; het Usutu-virus heeft West-Nederland nu kennelijk in z’n greep. Van de Zanglijster zijn er slechts 3 individuen waargenomen; dat is 10 % van gemiddelde aantal in september. Hier zouden ook klimaat-effecten een rol kunnen spelen (het warme nazomerweer in Scandinavië); die kunnen immers gevolgen hebben voor vogeltrekgedrag en -periode.
Onder het kopje ‘minder alledaagse waarnemingen’ is een aardige waslijst te melden. Zo is er in kavel 12A een Visarend gesignaleerd en in kavel 45 een Wespendief. De Boomvalk in kavel 13S is (buiten de formele tellingen) door een oud-teller bevestigd (een waarneming in het belendende kavel 77; mondelinge mededeling). Een vogel als de Oeverloper (kavel 12A) is natuurlijk altijd een aangename verrassing. Verder is de Bosuil in kavel 91 ook het vermelden waard ofschoon deze waarschijnlijk op z’n bekende plek is gezien.
![]() |
| Koekoek (foto Jan Westgeest) |
Maar de Koekoek in kavel 42 spant echt de kroon in deze telronde; waarschijnlijk een jong individu op zijn/haar eerste lange reis. De soort was nog niet eerder in de registratie van onze herfst-/wintertellingen voorgekomen.
Tot slot. De kop is er weer af. Het weer werkte goed mee en dat is verheugend. Als nu ook het einde van de lastige kantjes van het ‘corona-tijdperk’ in zicht komt, kunnen we hopelijk een extra mooi herfst-/winterseizoen tegemoet zien. Dat wens ik alle tellers toe.
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

