Maarttelling 2021: Bijna alles is een beetje gemiddeld

28-3-2021

De winter in februari (met sneeuw en ijs) bleek uiteindelijk slechts van korte duur. Al gauw werd alles weer ‘gewoon’, hetgeen ook tot uitdrukking kwam in de tellingen van medio maart: de resultaten tonen een vrij gemiddeld beeld. Er zijn 3558 vogels waargenomen, van in totaal 80 soorten op 9,4 km2 (27 kavels). De in twee betekenissen ‘gemiddelde’ vogeldichtheid bedroeg 378 vogels/km2.

De berekende dichtheden van de Boomleeuwerik (in aantal vogels/ km²) in Meijendel waargenomen in de afgelopen tien winters.

Als we terugkijken op het afgelopen seizoen en beginnen met de soorten die het moeilijk hadden, zal het geen verbazing wekken dat de dichtheden van de Glanskop, Ekster en Goudvink bij elke maandtelling onder het gemiddelde uitkwam. Al vaker is gemeld dat deze soorten onder druk lijken te staan. De Meerkoet toonde juist het tegenovergestelde beeld: in de eerste vijf maanden scoorde de dichtheid ruim boven het gemiddelde, maar in de laatste twee maanden was er wel enige terugval. De kou lijkt overigens slechts een beperkt aantal slachtoffers te hebben opgeëist. De Winterkoning en IJsvogel laten een soortgelijk patroon zien. Ook bij hen lijkt de terugval als gevolg van de vorstperiode in februari mee te vallen, ook al is daar wel enige sprake van.

Boomleeuwerik
Absolute hoogterecords voor de dichtheid (over een heel decennium) zijn gevonden voor de Boomleeuwerik en de Rietgors. Maar de getallen zijn niet van dien aard dat ze echt opzienbarend genoemd mogen worden (zie de grafiek). De hoge dichtheidswaarden van Groenling en Putter gedurende het gehele seizoen waren eigenlijk veel opvallender (zie ook het verslag van de januari-telling). Wellicht zaten hier veel vogels uit noordelijker contreien bij, die weinig noodzaak zagen om verder naar het zuiden door te trekken. Intussen is de dichtheid van de Putter teruggelopen naar de gemiddelde waarde voor maart.

Blauwborst (foto: Louis Westgeest)

Tjiftjaf
De maartse dichtheid van de Tjiftjaf blijft dit keer juist wat achter. Misschien heeft een aantal overblijvers in de relatief milde winters van de laatste jaren bij de koude-inval in februari toch besloten om even een beter heenkomen te zoeken in warmere oorden. En tot slot misschien wel de meest opmerkelijke bijzonderheid: in de afgelopen drie jaren zijn elke keer in de maand maart twee Blauwborsten gesignaleerd! In de 20 daaraan voorafgaande jaren is er in het hele herfst-/winterseizoen niet eerder zelfs maar eentje waargenomen.

Bestuur
Het bestuur van de Vogelwerkgroep Meijendel dankt alle tellers die deelgenomen hebben aan de zgn. Watervogeltellingen (waarbij wij steeds alle vogelsoorten meenemen) voor hun inzet in de afgelopen periode. En tegenwoordig zetten al vrij veel tellers dit type telling gedurende de hele rest van het jaar door (dus ook in voorjaar en zomer). Bij een handige vorm van planning zijn bepaalde BMP-tellingen ook goed te combineren met ‘Watervogel-tellingen’. Wij hopen dat dit meer en meer de gewoonte gaan worden. Tot slot wensen we iedereen een heel fijn voorjaars- en zomerseizoen 2021 toe, met veel mooie waarnemingen en snel afnemende hinder van het coronavirus! (Alleen het geluid van vliegverkeer missen wij als tellers niet echt.)

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)