Novembertelling 2020: een Bokjesfeest, maar zonder konijnen
22-11-2020
Net als in oktober vallen de (relatief) vele Bokjes op in de resultaten van de tellingen in november 2020. Je moet er bijna op trappen om er een te zien te krijgen, maar in 4 kavels is dat dan ook gebeurd. Futen schitterden juist door hun (relatieve) afwezigheid. Van beide soorten zijn er 11 individuen geteld, een top- en een diepterecord. Op 10,1 km2 (26 kavels) zijn in totaal 5010 vogels van 74 soorten gezien. De gemiddelde dichtheid kwam uit op 498 vogels/km2 (ca. 8 % onder het gemiddelde voor november in het afgelopen decennium).
De beperkte aanwezigheid van de Fuut wordt minder verbazingwekkend als je bedenkt dat deze soort doorgaans tegen de winter vanuit het binnenland richting zee trekt. Er is immers almaar geen uitzicht op serieuze winter! Hoe lang is het al niet geleden dat de buitentemperatuur overdag beneden de 10 graden Celsius bleef? Je kunt bijna zeggen: vogels reageren duidelijker op de klimaatverandering dan mensen!
![]() |
| De dichtheden van het Bokje (in aantal vogels/km²) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand). |
Nu de vogelgriep weer op veel plaatsen de kop opsteekt, lijken de Grauwe en ook de Canadese ganzen zich overigens vrijwillig aan een soort ophokplicht te onderwerpen: tientallen exemplaren waren in slechts één of enkele kavels samengekomen, al moet hierbij gemeld worden dat de Grauwe gans zich iets minder ‘sociaal’ gedraagt dan de Canadees: in enkele kavels kwamen een of enkele buitengesloten of zich afzonderende Grauwe ganzen voor, terwijl alle gevonden Canadese ganzen echt één enkele groep hadden gevormd in kavel 91.
Hoge novemberdichtheden waren er naast die voor het Bokje ook voor: Grauwe gans, Wilde eend, Torenvalk (mogelijk veel dubbeltellingen wegens jagen over de kavels), Watersnip en Putter. En dieptepunten voor deze maand bereikten (buiten de Fuut): Heggenmus, Merel, Glanskop, Ekster, Zwarte kraai en Goudvink, stuk voor stuk soorten die de laatste tijd al vaker in de zorgenhoek terecht waren gekomen. Misschien leidt dit ooit tot nader onderzoek naar wat de reden kan zijn van dat de soorten minder worden aangetroffen. Zou het bijvoorbeeld kunnen dat de Goudvink van de bessen van de Amerikaanse vogelkers houdt (zoals onze vorige voorzitter ooit een ecoloog hoorde opperen) en bij verwijdering van deze exoot onze contreien minder interessant gaat vinden? Maar zou dat dan vervolgens een argument kunnen worden om die vogelkers in het vervolg te sparen?.... Een studie-onderwerp is zelden enkel-/eenvoudig....
Ook een andere ziekte heerst momenteel overduidelijk in de duinen, onder de konijnen. Er zijn tellers die steevast de ‘grote’ zoogdieren zoals reeën, vossen en ook konijnen in hun telgebied meenemen tijdens de tellingen. Maar konijnen worden tegenwoordig zeer weinig waargenomen. Jammer is dat, want één van de mogelijke effecten van hun aanwezigheid-in-voldoende-mate zou wel eens kunnen zijn dat de Tapuit terugkeert.
| Grote gele kwikstaart waarschijnlijk juveniel (foto: Gerrit Rozeboom) |
Verder zou ik als meest bijzondere waarnemingen deze keer willen noemen: de Siberische tjiftjaf in kavel 16, de Grote gele kwikstaart in kavel 10/12/76 (zie de foto van Gerrit Rozeboom) en de Witkopstaartmees eveneens in kavel 10/12/76.
Goede raad tot slot: Dode vogels niet aanraken!
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)
