Oktobertelling 2020: een top trektelweekend

29-10-2020

In Meijendel hebben we in het weekend van 17 oktober de tot nu toe hoogste vogeldichtheid ooit waargenomen, met een gemiddelde van 1602 vogels/km2. Van een zestal soorten bereikte de dichtheid een absoluut hoogterecord: Waterhoen, Bokje, Kramsvogel, Koperwiek, Goudhaan en Cetti’s zanger. In totaal zijn 17665 vogels, van 80 soorten, geregistreerd op 11,0 km2 (29 kavels).

Zonder enige twijfel zal er sprake geweest zijn van een groot aantal dubbeltellingen. Alleen al van de duizenden lijsterachtigen en spreeuwen zijn er zeer veel vogels die (tijdens het tellen zelf al) van kavel tot kavel hoppen. Maar dit gebeurt natuurlijk ook in andere jaren. Dus het trekrecord was er geheid. Misschien weet u nog dat we vorig jaar in oktober (en daarna) nauwelijks Kramsvogels (94) zagen? Deze keer waren het er 878! De dichtheden van de Koperwiek, de Kramsvogel en de Spreeuw springen er echt uit, maar bijvoorbeeld de recorddichtheid van de Goudhaan viel ook op naast de normaal verlopende trek van de Roodborst (die door kan lopen tot ver in november). Een ware trekpiek dus! (Of noemen we dit piektrek?)

Goudvink vrouw bij grijze lucht (foto: Jan Westgeest)

Waterhoen (20 stuks, verdeeld over 10 kavels) en Bokje (6 over 3 kavels in de buurt van de zee) zaten - zoals gemeld - in de top wat hun dichtheid betreft. Hun aantallen zijn nooit groot en daarom valt hun relatief hoge dichtheid gemakkelijk op. Het Bokje laat zich soms een paar jaar niet of nauwelijks aantreffen in Meijendel, maar kan af en toe ineens opduiken in een najaar-/winterseizoen. En met de Cetti’s zangers blijft het gewoon goed gaan; voor ons een indicatorsoort voor de klimaatopwarming?

Op de onderste plek in de maanden oktober van de laatste tien jaar kwamen de dichtheden van de Heggenmus, Glanskop en Goudvink uit. Vooral de Goudvink vertoont al een paar jaar een voortdurend licht dalende trend (zie grafiek) terwijl het toch al geen overdadig voorkomende soort is. Deze soorten zijn in dit jaargetijde lastig te ontdekken. Misschien is het de moeite waard wat extra op ze te letten.

De waargenomen dichtheden van de Goudvink (in aantal vogels/km²) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand).

Dat geldt trouwens ook voor de Appelvink, die alweer een tijdje nauwelijks of niet is waargenomen (overigens ook een soort die zich moeilijk laat vinden). De Groene specht doet het beter; daarvan was het aantal waarnemingen vrij hoog terwijl die in september juist nogal achterbleef. Hebben we beter opgelet of was de soort rumoeriger? De IJsvogel en de Halsbandparkiet waren eveneens nadrukkelijk aanwezig!

Roofvogelsoorten waren deze keer goed vertegenwoordigd. De Buizerd, Sperwer, Havik, Torenvalk en de laatste jaren de Slechtvalk hoeven het voedsel gewoon op te wachten en kunnen hun hart ophalen. Een Smelleken (in kavel 33) en een Blauwe kiekendief (in kavel 32) zijn onder de gegeven omstandigheden ook niet verwonderlijk. Zij vliegen met hun kostje mee.

Maar zulke waarnemingen zijn altijd leuk en spannend. Soms ook verwarrend want bij een duidelijke kiekendief met witte stuit kan het uiterst moeilijk zijn om de Blauwe van de Grauwe te onderscheiden. De teller heeft oprecht getwijfeld en juist die ultieme onzekerheid heeft bij de keuze de doorslag gegeven, want in deze periode is de Grauwe kiekendief echt zeldzaam. En om het helemaal moeilijk te maken: tegenwoordig kan het ook nog een Steppekiekendief zijn; af en toe wordt ook deze soort in Nederland gezien.

Kortom, een enerverend telweekend!

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)