Septembertelling 2020: dichtheid iets boven gemiddelde, soorten iets eronder

25-9-2020

In wat intussen wel het ‘coronajaar’ mag heten wekt het begin van de najaars-/wintertellingen de indruk dat vogels gewoon hun normale gang gaan: de waargenomen dichtheid komt iets boven het gemiddelde van de afgelopen tien jaar uit, 558 vogels/km2 (gemiddeld in laatste decennium 497). Dit verslag betreft in totaal 5184 vogels, van 79 soorten, geteld op 9,3 km2 (24 kavels).

Krooneenden grote groep in vroege ochtend (Foto Jan Westgeest)

Vijf soorten blijken op het moment van schrijven van dit verslag in Meijendel de absolute topdichtheid van de afgelopen tien jaar bereikt te hebben: Grauwe gans, Krooneend, Boomvalk, Kleine bonte specht en Cetti’s zanger, maar hierbij moet worden aangetekend dat de getelde oppervlakte ietwat beperkt is gebleven. Dan kan bij kleine dichtheidsverschillen het effect relatief groot zijn. Zo behelzen de vijf waarnemingen van de Boomvalk zeer waarschijnlijk een geringer aantal individuen, maar voor bijvoorbeeld de Krooneenden behoudt Meijendel duidelijk de El Dorado-status.

Twaalf vogelsoorten haalden de hoogste dichtheid van de jongste 10 septembermaanden. Naast de vijf reeds genoemde kampioenen zijn dit: de Slobeend, Kuifeend, Torenvalk, Slechtvalk, Meerkoet, T(urkse t)ortel en Bosuil, wederom merendeels soorten van kleine aantallen. Alleen de Kuifeend en de Meerkoet springen in aantallen uit dit rijtje; zij weten in Meijendel aansluiting te houden bij de Grauwe gans en de Krooneend.

Opvallend juist achterblijvende soorten (d.w.z. met de laagste septemberdichtheid in de afgelopen tien jaar) zijn er ook: de Wilde eend, Groene specht, Tapuit, Goudhaan, Ekster en Zwarte kraai; overigens sterk uiteenlopende soorten als we zoeken naar mogelijke oorzaken voor hun relatief lage dichtheden. Als de vogeltrek bij de huidige klimaatverschijnselen later op gang neigt te komen, dan zou dit bij de Tapuit en de Goudhaan een rol gespeeld kunnen hebben maar hier is wel meteen aan toe te voegen dat het telweekend deze keer vroeg in de maand, en dus vroeg in de trektijd, viel.

De waargenomen dichtheden van de Groene specht (in aantal vogels/km2) bij de herfst-/wintertellingen in het afgelopen decennium (per telmaand).

De Wilde eend neemt in Nederland al decennialang geleidelijk af; de oorzaak is nog steeds onderwerp van onderzoek. Niet voor niets is de Wilde eend 'Vogel van het jaar 2020'. De kraaiachtigen (Ekster en Zwarte kraai) zouden de laatste jaren wel eens een toontje lager kunnen zingen als gevolg van het gestabiliseerde hoge peil van roofvogels zoals Havik en Slechtvalk. Ook de Groene specht zou daaronder te lijden kunnen hebben, maar van deze soort is de voedselsituatie (mieren) misschien ook wel wat achteruit gegaan (bijv. door het uitdunnen van de Corsicaanse dennen). Toch is het maar zeer de vraag of er echt wel sprake is van afname bij deze spechtensoort. We vinden eigenlijk nooit hoge dichtheden (zie grafiek) en al jarenlang is de dichtheid redelijk stabiel. Er kan dus ook gewoon een toevallig verlaagde trefkans geweest zijn.

Als aardige bijzonderheden zou ik de Bosuil in kavel 91 en de T(urkse t)ortel in kavel 42 in herinnering willen roepen, naast een late Nachtegaal in kavel 77. Maar ook de twee Gekraagde roodstaarten in kavel 13, de enige Tapuit in kavel 13, de Kleine karekiet in kavel 15, de beide Grasmussen (een in kavel 13S en eentje in kavel 75) en de Braamsluiper in kavel 33 hebben het totale aantal gevonden soorten uiteindelijk nog aardig helpen opkrikken.

Alles bij elkaar genomen kwam deze telronde uit op een vrij gemiddeld eindresultaat.

Ondanks de almaar voortdurende Covid-19-problematiek wens ik iedereen weer een mooi en vogelrijk herfst-/winterseizoen toe.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)