Novembertelling 2019: Opvallende watervogels en een Roodborsttapuit
1-12-2019
Bij behoorlijk gunstige weersomstandigheden was er in deze ronde sprake van een (net) bovengemiddelde vogeldichtheid. En enkele voor de maand november frappante soorten lieten zich - soms vanwege hun ongewone aantallen - registreren. Soorten met juist onverwacht lage dichtheden zijn er niet te melden. Er zijn bij het schrijven van dit verslag 5674 vogels geteld, op 10,4 km2 (28 kavels). Het aantal aangetroffen soorten bedraagt 83!
![]() |
| Waterral (foto: Jan Westgeest) |
Een soort die – letterlijk en figuurlijk – zelden in het oog springt, is de Waterral. Hiervan zijn deze keer in totaal 44 waarnemingen gemeld, vooral in de zuidelijke helft van Meijendel. De dichtheid bereikte de recordhoogte van 4,2 per km² (meer dan het dubbele van de gemiddelde waarde). Opmerkelijk, ook al blijkt ditmaal 75 % van het geïnventariseerde gebied uit kavels met oppervlaktewater te bestaan. Andere water- en rietvogels vielen op door hun vroege aanwezigheid (de Grote zaagbek met dichtheid 3,8 per km²) of hun grote aantallen (Slobeend dichtheid 7,7 per km²). Qua water- en rietvogels zijn ook de Geoorde fuut in kavel 2 en de Cetti’s zangers (12 waarnemingen) een aparte vermelding waard. Hopelijk keert die Geoorde fuut terug als broedvogel in Meijendel.
Overstappend naar de minder aan water ‘gebonden’ vogelsoorten is er opnieuw een soort te noemen waar je niet direct als eerste op zou komen: de Roodborsttapuit. Het is in Meijendel een behoorlijk algemene broedvogel en de soort trekt doorgaans niet heel ver weg (Zuid Europa – Noord Afrika). Overwintering in Nederland kan ook voorkomen. Toch treffen we deze vogel in Meijendel bepaald niet vaak in november nog aan. (De laatste keer was precies tien jaar geleden.) Nu was er in kavel 16+ een waarneming. Iets om in de toekomst goed op te letten? De Tjiftjaf lijkt geleidelijk minder trek in trek te krijgen: de novemberdichtheid kwam op 1,8 individuen per km²; dat is een nieuw maandrecord, al blijft dit altijd nog ver onder de dichtheid in de broedtijd (25 territoria/km² of meer). Ook Sijzen, Groenlingen en Putters waren in ruime mate aanwezig.
![]() |
| Het verloop van de dichtheid van de Kramsvogel (in aantal/km²) in het herfstseizoen van 2019, vergeleken met de gemiddelde waarde over de laatste tien jaar. |
Bijzondere vermeldingen verdienen misschien nog: de 2 Pijlstaarten in kavel 16+, het Smelleken in kavel 7, de 3 Bokjes in kavel 13S, de Bladkoning in kavel 14, de 5 Baardmannetjes: 1 in kavel 1B en 4 in kavel 2, de Klapekster in kavel 10/12/76 en de IJsgors in kavel 13S. De Beflijster in kavel 45 in half november is zo uitzonderlijk dat voor mij ‘ook even kijken op de website van waarneming’ voor de hand ligt. Daar zijn echter geen waarnemingen van deze soort meer in een ruime omgeving gemeld. Op 16 en 17 november is er nog slechts één enkel exemplaar in Overijssel gefotografeerd en alleen op de 16e ook een in Friesland.
Het vorige (oktober)verslag besloot met de vraag of de Kramsvogels nog wel zouden komen opdagen. Welnu, dat is gebeurd. De dichtheid is wel iets onder de gemiddelde waarde van november bleven steken (zie grafiek), maar kwam ruim boven de laagst gevonden novemberwaarde uit.
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

