Oktobertelling 2019: Lijstersoorten en Cetti's zangers in de schijnwerper
20-10-2019
In de vorige maand stelden we vast dat de Cetti’s zanger zich echt wel in Meijendel heeft gevestigd. Dit wordt in oktober nadrukkelijk onderstreept. Verder lijkt het aardig nu eens wat nader op de lijstersoorten in te zoomen bij het bekijken van de waarnemingsresultaten. We hebben overigens op 9,6 km2 (26 kavels) in totaal 9834 vogels geteld, van 83 soorten (Soepeend en Soepgans inbegrepen).
![]() |
| Kramsvogel (foto: Jan Westgeest) |
Bij 17 soorten was de gemiddelde dichtheid, berekend over enkel de oktobermaanden van de afgelopen tien jaar, op recordhoogte. Hierin schuilen evenwel enkele ‘gekunsteldheden’, namelijk 14 Soepeenden (kavels 91 en 105), een Ransuil (van kavel 16+), 2 Oeverzwaluwen (kavel 2) en een Zwarte roodstaart (kavel 42). Soepeenden zouden even goed onder hun wilde ‘soortgelijken’ kunnen worden ondergebracht en enkelingen van niet vaak waargenomen soorten kunnen natuurlijk al gauw een ‘recordhoogte’ bereiken, zelfs in hun eentje. Maar dan blijven er nog altijd meer dan 10 soorten over die zich vaker dan in andere oktobermaanden lieten turven: Dodaars, Blauwe reiger, Houtsnip, Halsbandparkiet, Roodborsttapuit, Tjiftjaf, Vuurgoudhaan, Boomkruiper, Groenling, Sijs, Kneu, Rietgors en de Cetti’s zanger.
En vooral die Cetti’s zanger viel deze keer op. De waarnemingenlijst is indrukwekkend: 1 in kavel 1A, 4 in kavel 1B, 5 in kavel 2, 4 in kavel 3, 1 in kavel 15, 3 in kavel 16+ en 2 in kavel 17. In totaal dus 20 individuen, verdeeld over 7 kavels! Natuurlijk kan er een aantal dubbeltellingen geweest zijn: ‘grensexemplaren’ die in verschillende kavels zijn aangetroffen. Maar hoe het ook zij, de Cetti’s zanger is nu toch overduidelijk aanwezig in Meijendel!
Er zijn ook soorten die het dieptepunt van de dichtheid in de oktobermaand scoorden: de Knobbelzwaan, de Havik, de Kramsvogel en de Ekster. Met name de Kramsvogel bracht me op het idee om eens nader naar de lijstersoorten te kijken. De dichtheid van de Merel in september was vorig jaar het allerlaagst. Maar ook in de overige maanden viel de geringe dichtheid op. Over de waarschijnlijke oorzaak, het usutuvirus, is al veel geschreven. SOVON heeft er weer over bericht. Van de Beflijster zijn nu 3 exemplaren aangetroffen: eentje in elk van de kavels 13S, 45 en 77. Deze soort is nooit in grote aantallen opgemerkt, als hij al opgemerkt wordt. Dus hier is geen sprake van bijzonderheid.
De Zanglijster zou wel eens in het algemeen de vroegste trekker van de lijstersoorten kunnen zijn. De waargenomen dichtheid van de soort was deze keer 92 per km². Dat is ruim boven het maandgemiddelde van oktober (56/km²). De trek van de soort lijkt meestal in het begin van oktober z’n hoogtepunt te tonen. Is hij nu aan de late kant? De top van de trek van de Koperwiek valt doorgaans mogelijk net iets later dan die van de Zanglijster en het is dus ook niet vreemd dat de berekende dichtheid van de Koperwiek nu ongeveer het maandgemiddeld (100/km²) bedraagt.
![]() |
| Het verloop van de dichtheid van de Kramsvogel (in aantal/km²) in het herfstseizoen van 2019, vergeleken met de gemiddelde waarde over de laatste tien jaar. |
De grote bijzonderheid is deze keer de dichtheid van de Kramsvogel. Er zijn er 2 in kavel 6, 2 in kavel 13S en 4 in kavel 14 gevonden. De dichtheid komt daarmee op 0,8/km². Dat was alles. De Kramsvogel trekt wel het laatst door van de lijstersoorten. Gemiddeld treffen we er in Meijendel in half oktober 18/km² aan. Gaan we dit jaar in november een bovengemiddelde dichtheid zien? Of besluiten kramsvogels - met het oog op de klimaatverandering - in de toekomst misschien minder ver te trekken? We gaan het zien.
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

