Aparte bijzonderheden tijdens septembertelling
21-9-2019
Als deze ‘spits-afbijting’ van de najaars-/wintertellingen maatgevend mag zijn voor het hele komende seizoen, belooft dat wat! Het telweer was erg gunstig en er zijn alleraardigste bijzonderheden waargenomen. Dit verslag betreft in totaal 4.884+1 vogels, van 91+1 soorten, geteld op 9,3 km2 (26 kavels).
Als we dan toch naar getallen aan het kijken zijn: zes soorten bereikten de absolute topdichtheid van de afgelopen 64 maanden (over tien jaar dus): Paapje, Tapuit, Grasmus, Cetti’s zanger, Boomkruiper en Kneu. Het betreft bepaald geen hoge dichtheden (de Boomkruiper haalde met 2,18 exemplaren/km² de hoogste), maar wel aardige soorten. En meteen is duidelijk dat de Cetti’s zanger in Meijendel intussen vaste grond onder de poten heeft gekregen!
![]() |
| De totale waargenomen vogeldichtheden (in aantal/km²) in de septembermaanden van de laatste 10 jaar, vergeleken met de gemiddelde waarde ervan. |
Veel libellen
Persoonlijk viel me trouwens op dat er ook veel libellen aanwezig waren. Daarom verwonderde het mij niet dat er enkele Boomvalken gesignaleerd zijn (twee in kavel 4/5 en een in kavel 42); de soort versmaadt een libel niet, al bestaat z’n hoofdvoedsel uit kleine vogels. Verder is er nog een late Gierzwaluw waargenomen, evenals een Sprinkhaanzanger, deze soorten komen we medio september zelden tegen. En wat te denken van de 11 Kruisbekken in kavel 13? Zouden zij de voorbode vormen van een invasie in de komende maanden? Misschien iets om op te letten!
Raven
Ook waren er weer eens Raven op bezoek. In kavel 75 twee en in kavel 77 eentje (waarschijnlijk één van die twee). Zou de soort zich in onze contreien gaan uitbreiden? Fijn is dat het met de IJsvogel goed gaat. Er zijn er 5 gesignaleerd (de kavels 1B, 2, 7, 45 en 77), maar hier kan wel een dubbeltelling bij zijn. En al is er over de eendensoorten deze keer niet zoveel te vertellen (relatief veel Dodaarzen en Kuifeenden), de ene Bergeend (in kavel 2) is toch best nog een aparte vermelding waard. Om dit rijtje nog even compleet te maken noem ik ten slotte: de Grauwe vliegenvanger (kavel 83), de Bonte vliegenvanger (kavel 33) en de IJsgors (kavel 17A).
Merel klimt uit dal
De Merel bevindt zich nog steeds in een dal maar klimt wel alweer wat tegen de helling op. De dichtheid (6,6 per km²) is ten opzichte van vorig jaar (3,9 per km²) weliswaar bijna verdubbeld maar ligt toch nog steeds duidelijk beneden het meerjarige septembergemiddelde (van 10,5 per km²). De totale vogeldichtheid in Meijendel kwam in september net iets boven het tienjaars-gemiddelde uit (zie grafiek).
![]() |
| Grasparkiet. Foto: Reinder de Boer |
Bonussoort
En tot slot…. Deze keer kreeg de teller van kavel 42 (Harstenhoek) in het veld letterlijk een pluim op zijn schouder en hij krijgt er hier nog een op z’n hoed! Hij zag en hoorde een eind voor zich uit een bijzondere vogel en ging zoeken. Plotseling landde die vogel op zijn schouder en liet zich zelfs door hem pakken. In de klassieke oudheid zou dit beslist als een gunstig voorteken zijn uitgelegd. In onze ‘nuchtere’ dagen spreken we gewoon van een ontsnapte tamme Grasparkiet (vandaar die ‘91+1 soorten’ in de aanhef van dit verslagje). De (moderne) Sint Franciscus heeft (samen met de teller van kavel 15) de vogel naar het dieren¬opvangcentrum gebracht. We tellen de Grasparkiet maar niet mee, maar de beide tellers dubbel: dank voor de diervriendelijkheid alsook de vriendelijkheid om bijgaand bewijs te leveren (zie foto)! Voor zulke bijzondere tel-ervaringen houd ik me overigens altijd ten zeerste aanbevolen!
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

