Maarttelling 2019: Het weer werkte beduidend minder mee
27-3-2019
Het kan dus ook ‘best wel eens op’: deze keer waren de eerste drie tel-ochtenden niet zonder nattigheid. Helaas ging het weer pas op de laatste teldag (maandag 18 maart) meewerken. De waargenomen vogeldichtheid bleef ongeveer op het gemiddelde voor deze maand steken (370 per km2) maar toch bereikten nog 19 soorten de hoogste dichtheid voor maart in de laatste tien jaren. We hebben 3.894 vogels waargenomen op ruim 10,5 km2 (30 kavels) verdeeld over 84 vogelsoorten.
![]() |
| Grafiek 1: De ontwikkeling van de totale aantallen aangetroffen vogelsoorten gedurende de gehele herfst-/winterseizoenen van de afgelopen tien jaren. |
Soorten die ‘het opvallend goed deden’ (d.w.z. maandrecords haalden) zijn: Dodaars (alweer!), Canadese gans, Slobeend, Kuifeend, Witte kwikstaart, Winterkoning, Koolmees, Kauw en Groenling. (De overige recordbrekers zijn ‘soorten van altijd kleine aantallen’. Die records zijn buiten beschouwing gelaten.) Andere soorten vielen juist op vanwege hun lage dichtheid: Knobbelzwaan, Krakeend, Krooneend en Pimpelmees. (Deze laatste soort liet zich in de vorige maand juist nog zeer overvloedig noteren!) En de bekende verliezers, de Merel en de Ekster, bleven ook opvallend achter in dichtheid. Hierover is al in voorgaande verslagen gerept. De Cetti’s zanger lijkt zich nu definitief te hebben gevestigd in Meijendel (gespot in de kavels 1B en 3) en een andere bijzonder aardige waarneming was weer eens een Witkopstaartmees (in kavel 3). De Brandgans (in kavel 10/12/76), de Velduil (in kavel 13S), de Grote gele kwikstaart (in kavel 91) en slechts de éne enkele aangetroffen Krooneend (in kavel 1A) wil ik hier zeker ook niet onvermeld laten. Dan kan de eerste Tapuit (kavel 42) er trouwens vast ook nog wel bij.
Vijf soorten hadden het hele seizoen (dus in elk maandmidden) een dichtheid boven het gemiddelde: Fuut, Slechtvalk, Kleine bonte specht, Boomleeuwerik en Boomkruiper. Opvallend afwezig - N.B. in het hele afgelopen seizoen! - waren de Pijlstaart en de Ruigpootbuizerd en - naast de reeds genoemde, verliezende (of al verloren!) Merels en Eksters - bleven gedurende alle afgelopen maanden de Wintertaling, de Groene specht en de Kramsvogel voortdurend onder hun gemiddelde maandelijkse dichtheden.
![]() |
| Grafiek 2: De ontwikkeling van de gemiddelde geïnventariseerde terreinoppervlakte in Meijendel in de laatste tien herfst-/winterseizoenen (in km2). |
In totaal hebben we in de periode van september 2018 t/m maart 2019 127 vogelsoorten waargenomen in de duinen van Meijendel. (Daarbij zijn de Soepgans, Soepeend en Stadsduif buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tot de ‘wilde’ soorten worden gerekend, en verder is geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine vormen van de Canadese gans en Barmsijs.) Van de soort Jan-van-gent is een dood exemplaar aangetroffen, maar buiten de teldata om is er intussen ook een levend individu gevangen (en weer vrijgelaten, neem ik aan).
In de bijgevoegde grafiek 1 is duidelijk te zien dat onze leden in de laatste drie jaren meer soorten hebben waargenomen dan in de daaraan voorafgaande jaren. Dit hangt zeer waarschijnlijk samen met de toename van het aantal waarnemers (zodat een groter gebied kan worden bestreken) en met het beleid om de kavels met oppervlaktewater steeds bij voorkeur te inventariseren. De grafieken 2 en 3 mogen het voorafgaande en het volgende ook wat nader illustreren.
Graag dankt het bestuur van de Vogelwerkgroep Meijendel alle tellers voor hun inzet in de afgelopen periode en - ook al was er qua resultaten kennelijk sprake van ‘slechts’ een ‘gemiddeld’ seizoen - we hopen dat eenieder veel genoegen heeft gehad in het verzamelen van de vele, toch zeer fraaie resultaten!
Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)
![]() |
| Grafiek 3: De ontwikkeling van de totale vogeldichtheid in Meijendel in het herfst-/winterseizoen 2018-2019 (in aantallen vogels per km2). |


