Januaritelling 2019: Van bijna alles wat, behalve een echte winter

20-1-2019

Op de vier teldagen van dit weekend mag het weer wel wispelturig heten: veel bewolking, af en toe een buitje (soms heel kort en iel), wind in vlagen en een enkele keer een klein beetje zon (op de maandag). Hetzelfde kan van de vogelverdeling over de kavels worden gezegd: de dichtheid per kavel varieerde van 35 tot 1166 waargenomen vogels per km2. Maar de min of meer als ‘saai’ bekend staande januaritelling was toch de moeite waard. Te warm voor de tijd van het jaar was het en de vogeldichtheid over de totale getelde oppervlakte van Meijendel was dit telweekend 356 vogels/km². Dat is nagenoeg het gemiddelde. Tot dusverre zijn er 74 vogelsoorten doorgegeven, op 11,1 km² (31 kavels).

De vogels zijn echter verre van gelijkmatig over het terrein verdeeld aangetroffen. Natuurlijk ligt dit voor de hand als er zó veel verschillende factoren in zó verschillende mate een rol (kunnen) spelen: eigen eisen van vogelsoorten, plaatselijk aanwezige terrein-, voedsel- en veiligheidskenmerken, snel wisselende telomstandigheden, individueel vogelgedrag en -verplaatsingen, verstoringen, tellereigenschappen, noem maar op. Er zijn talloze invloeden denkbaar. Als je er echt over gaat nadenken, durf je bijna niet meer verder te schrijven...

Wilde zwanen (foto: Jan Westgeest)

Twee soorten springen eruit

Maar gelukkig is er vaker in januari geteld, zijn er dus vergelijkingsmogelijkheden en die kunnen gedachten, vragen en speculaties oproepen. Zo springen er twee vogelsoorten deze maand duidelijk uit: de Grote zaagbek bereikte z’n hoogste maanddichtheid in alle winterseizoenen van de afgelopen tien jaar en de Ekster juist z’n allerlaagste. Vergelijken we enkel de januarimaanden van het laatste decennium, dan zijn de winnende laureaten (buiten die Grote zaagbek): Grote zilverreiger, Wilde zwaan, Slobeend, Tafeleend, Bokje, Kleine bonte specht, Boomkruiper en Raaf. Bij de Wilde zwaan en de Raaf moet wel worden aangetekend dat het hier zeer weinig individuen betreft (resp. 5 en 1) van deze slechts af en toe in Meijendel verschijnende soorten. En die Wilde zwanen? Betrof dat een ander stel dan dat wat in december was aangetroffen of hebben twee ouders hun drie jongen nu ook naar het kavel (77) gelokt? Verder verdient de Boomkruiper als aparte vermelding dat er 15 individuen in kavel 42 zijn waargenomen. Bekend is dat Boomkruipers groepsgewijs kunnen slapen maar deze exemplaren zijn (overdag) wél nogal verspreid waargenomen.

Elke ronde bovengemiddeld

En dan zijn er nog soorten waarvan de dichtheid in dit telseizoen tot dusverre bij elke telronde boven het maandgemiddelde uitkwam: Fuut, Roerdomp, Slechtvalk, Kleine bonte specht (deze gaat echt vooruit in de duinen), Boomleeuwerik, Vuurgoudhaan en (opnieuw) Boomkruiper. De drie Slechtvalken (een in kavel 15 en 2 in kavel 42) en de zes Boomleeuweriken (in kavel 6) hebben kennelijk nog weinig trek in verdere trek. Andere noemenswaardige bijzonderheden zijn: 2 Bokjes (een in kavel 1A en een in kavel 13S), 3 Witgatjes (2 in kavel 10/12/76 en een in kavel 74), 1 IJsvogel (in kavel 16+), 1 Witte kwikstaart (in kavel 83), 1 Klapekster (in kavel 7) en in kavel 2 waren (nog) 3 Rietgorzen.

Granaat (foto: Yolande de Kok)

Opmerkelijke vondst

Tot slot is er de opmerkelijke vondst van een granaat te noemen, in kavel 15 (zie foto). Graag meld ik dit omdat zoiets nog altijd kan gebeuren. Zo’n object kan in de duinen aan de oppervlakte van het zand bloot komen te liggen. Onlangs vernamen we uit de landelijke pers dat iemand op zo’n geval (gedurende lange tijd!) is gaan liggen. Mijn idee is: dit verdient zeker niet direct navolging. Onze tellers raad ik liever aan om bij het ding weg te blijven en de plaats ervan zo goed mogelijk te noteren/onthouden. Het is typisch iets om vervolgens zo spoedig mogelijk aan de duinwacht door te geven. Men gaat op zoek en de E.O.D. verwijdert het voorwerp zo spoedig mogelijk.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)