Novembertelling 2018: Dodaarzen, Grote zilverreigers en veel bijzonderheden

25-11-2018

Evenals in oktober was het weer - vooral zaterdag - erg mooi. De Dodaars, Grote zilverreiger en Grote barmsijs braken hun dichtheidsrecords (over de laatste 10 jaren). Verder was er deze maand een aantal ‘ongewone’ bijzonderheden. Op het moment van schrijven waren er 85 vogelsoorten doorgegeven, over 11,0 km² (31 kavels). De algehele vogeldichtheid was 451 vogels/km².

Jan-van-gent (foto: Marianne Geboers)

De eerste bijzonderheid vormde de reparatie van een aanvoerbuis van het water uit Bergambacht. In – gelukkig – een beperkt aantal infiltratieplassen had dit geleid tot een (nog) verlaagd waterpeil. Vooral in kavel 10/12/76 was het peil erg laag en hier viel dan ook de aanwezigheid van 7 Grote zilverreigers (van de in totaal 12) en 8 Blauwe reigers op. Deze vogels weten kennelijk direct hun voordeel te doen uit dit type onheil. Toch bleek in heel Meijendel ook de dichtheid aan Dodaarzen juist naar recordhoogte te zijn gegroeid. Dus het lage waterpeil-effect lijkt uiteindelijk zeer beperkt te zijn geweest.

Een tweede, echt grote verrassing was de vondst van een Jan-van-gent in kavel 33, een soort die eigenlijk uitsluitend boven zee te verwachten is. Het betrof een kadaver. Het lag binnen het kavel (bij de nieuwe duinaanwas) en te ver van de afrastering om er door de mens vanaf het strand neergegooid te zijn. Het lag ook deels onder het zand en is voor de bijgaande foto ietwat uit het zand omhoog getrokken. Het kàn er overigens door ’n hond of ’n vos heengetrokken zijn maar bijtsporen waren er niet op te vinden.

Zomertaling man (foto: Louis Westgeest)

Over naar de volgende bijzonderheid: een paartje Zomertalingen in kavel 1B! De (als invaller optredende) teller liet weten: “De vogels kwamen vanaf de zeereep aangevlogen en landden in de groep watervogels aan de linkerkant van de plas. Daar zwom de hele groep enigszins in de luwte van de oostenwind.” Tijdens ‘wintertellingen’ is de Zomertaling nog niet eerder in Meijendel aangetroffen. Overigens zijn er volgens www.waarneming.nl tot nu toe geen andere waarnemingen van deze soort in Nederland in november.

Ook voor het eerst tijdens ‘wintertellingen’ zijn er nu Cetti’s zangers in Meijendel waargenomen: in kavel 2, kavel 3 en kavel 14 elk een. In 2011 heeft de Cetti’s zanger al eens in Meijendel gebroed. Dan was er de Goudplevier in kavel 42 en de Zeearend, waargenomen in de kavels 15 en 17B (daar laag overvliegend). Deze laatste kavels liggen dicht bij elkaar en de waarnemingen vonden op dezelfde dag plaats. Het zal dus waarschijnlijk om hetzelfde exemplaar gaan.
En als we het toch over tamelijk bijzondere roofvogels hebben, noem ik graag extra:
- de Blauwe kiekendief, waargenomen in de kavels 1B en 10/12/76 en vanuit de verte ook in kavel 42 gezien (rechtstreeks van de teller vernomen);
- het Smelleken, gezien in kavel 45;
- de Slechtvalk, gezien in de kavels 14, 15 en 17 en 2 individuen in kavel 42.

Andere waarnemingen die best als ‘bijzonder’ mogen worden aangemerkt, zijn:
- drie Grote gele kwikstaarten (in de kavels 1A, 42 en 45 ieder eentje);
- de Grote barmsijs, die momenteel in heel Nederland relatief nadrukkelijk aanwezig is (Sovon), piekte ook in Meijendel duidelijk.
En bij de opmerkingen stonden nog enkele waarnemingen van overvliegende vogels. Deze tellen niet mee (want het zijn geen verblijvende vogels), maar enkele ervan zijn zeker vermeldenswaard:
- een in de verte overvliegende Wilde zwaan (gezien vanuit de kavels 42 en 75);
- een in de verte overvliegende Pestvogel en een Kruisbek (gezien vanuit kavel 42).

Dichtheidsverloop Merel in Meijendel in najaar 2018 t.o.v. gemiddeld in de laatste 10 jaren (dichtheid in aantal/km²).

Tot slot nog even iets over de Merel: in de twee voorgaande maanden waren diens dichtheden gedaald tot ver beneden de gemiddelde maandwaarden. Als mogelijke verklaring is toen geopperd: het Usutu-virus (dat in Nederland heerst). Tegen deze achtergrond past in het rijtje bijzonderheden dat de dichtheid in november op de gemiddelde dichtheid is uitgekomen. En hopelijk zijn er relatief veel blijvertjes bij de binnengetrokken vogels van deze soort.

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)