Terug naar nieuws

Vegetatiemetingen geven vogeltellingen in Meijendel meer betekenis

16-7-2026

Waarom neemt een vogelsoort in het ene deel van Meijendel toe en in een ander deel af? Alleen met vogeltellingen kunnen we die vraag niet altijd beantwoorden. Dankzij gegevens uit het vegetatiemeetnet van de Provincie Zuid-Holland kunnen we veranderingen in de vogelstand nu beter naast veranderingen in de begroeiing leggen.

De gegevens omvatten 254 permanente meetplekken, 2.007 vegetatieopnamen en ruim 53.000 plantenwaarnemingen uit de periode 1981–2025. Van deze meetplekken konden er 163 worden gekoppeld aan 36 van onze 55 vogeltelkavels.

Wat is een PQ?

PQ staat voor Permanent Kwadraat: een vaste, meestal kleine plek waar onderzoekers met tussenpozen de vegetatie opnemen. Zij noteren welke planten er groeien en hoeveel ruimte iedere plant ongeveer inneemt.

Doordat dezelfde plek vaker wordt bezocht, ontstaat een tijdreeks. Daarmee kunnen veranderingen zichtbaar worden, zoals:

  • het soortenrijker of soortenarmer worden van de vegetatie;
  • vergrassing of verruiging;
  • het dichter of juist opener worden van de begroeiing;
  • veranderingen in de verdeling van plantensoorten.

Sommige meetpunten zijn in de loop der tijd iets verplaatst. Bij de koppeling aan onze kavels gebruiken we daarom de ligging zoals die tijdens iedere afzonderlijke opname was vastgelegd.

Wat is er op de website te zien?

Op de publieke kavelpagina’s staat onder de jaarlijkse telresultaten een overzicht van de beschikbare vegetatiemetingen. Alleen samengevatte gegevens worden getoond. Exacte meetlocaties, afzonderlijke plantenwaarnemingen en soortenlijsten blijven afgeschermd.

Niet elk kavel bevat PQ’s en niet ieder PQ is jaarlijks onderzocht. Daarom worden alleen werkelijk gemeten jaren getoond. Ontbrekende jaren zijn niet fictief ingevuld.

Wat toont het Dashboard?

In het Dashboard staat de vegetatie-informatie onder Plots-kenmerken. Na het kiezen van een plot en een jaar ziet u onder meer:

  • hoeveel PQ’s en opnamen voor dat jaar beschikbaar zijn;
  • hoeveel verschillende plantentaxa zijn aangetroffen;
  • de gemiddelde soortenrijkdom per PQ;
  • de gemiddelde bedekkingssom per PQ;
  • de gemiddelde Shannon-index;
  • een aanduiding van de dekking of gegevenskwaliteit.

Onder het gekozen jaar staat de volledige beschikbare meetreeks. Zo kan bijvoorbeeld worden bekeken of de begroeiing in een kavel soortenrijker, dichter of gelijkmatiger is geworden, naast de ontwikkeling van de daar getelde vogels.

Wat betekenen de termen bij de kavelgegevens?

PQ’s: Het aantal permanente vegetatiemeetplekken dat in dat jaar binnen het kavel is gebruikt.
Opnamen: Het aantal afzonderlijke veldonderzoeken. Een PQ kan in verschillende jaren opnieuw zijn opgenomen.
Taxa: Het totale aantal verschillende geregistreerde plantentypen in alle gekoppelde PQ’s van het betreffende kavel en jaar. Meestal gaat het om soorten, maar een registratie kan soms alleen tot een geslacht of andere taxonomische groep zijn bepaald.
Rijkdom/PQ: Het gemiddelde aantal verschillende plantentaxa per PQ. Dit maakt jaren met verschillende aantallen onderzochte PQ’s beter vergelijkbaar.
Bedekkingssom/PQ: De gemiddelde som van de geschatte bedekkingen van alle planten in een PQ. Deze waarde kan hoger zijn dan 100 procent, omdat planten en vegetatielagen boven en door elkaar heen kunnen groeien.
Shannon-index: Een maat die zowel rekening houdt met het aantal plantentaxa als met de verdeling van hun bedekking. De index wordt hoger wanneer meer taxa aanwezig zijn en de vegetatie gelijkmatiger over deze taxa is verdeeld. Een hogere waarde betekent niet automatisch dat de natuurkwaliteit beter is: dat hangt ook af van wélke planten aanwezig zijn.
Dekking of kwaliteit:  Een globale aanduiding — beperkt, redelijk of goed — van de hoeveelheid PQ-informatie waarop het kavelcijfer voor dat jaar is gebaseerd. Een waarde op basis van één of twee PQ’s moet voorzichtiger worden geïnterpreteerd dan een waarde die op veel meetplekken berust.

Welke analyses zijn mogelijk in de Shiny-app?

De Shiny-app kan de jaarlijkse vegetatiekenmerken als mogelijke verklarende factoren meenemen in statistische analyses van de vogelgegevens.

Met GEE en GLMM kan bijvoorbeeld worden onderzocht of de aantallen of dichtheden van een vogelsoort samen veranderen met de soortenrijkdom, bedekkingssom of Shannon-index van de vegetatie. Deze modellen kunnen rekening houden met het feit dat dezelfde kavels in meerdere jaren zijn onderzocht en met andere factoren, zoals jaar, stikstofdepositie, hoogte en toegankelijkheid.

Met NMDS kan worden verkend of veranderingen in de gehele vogelgemeenschap samengaan met een bepaalde vegetatieontwikkeling. Daarbij worden kavels en jaren met een vergelijkbare vogelbevolking bij elkaar geplaatst en wordt bekeken in welke richting de vegetatiekenmerken veranderen.

Met een occupancy-analyse kan worden onderzocht hoe groot de kans is dat een soort een kavel gebruikt. Daarbij kan rekening worden gehouden met het feit dat een aanwezige vogel tijdens een veldbezoek soms niet wordt waargenomen. Ook de vegetatiekenmerken kunnen hierbij als mogelijke verklarende factoren worden opgenomen.

Deze analyses tonen samenhang, maar bewijzen niet automatisch oorzaak en gevolg. Een verband tussen dichtere vegetatie en een veranderende vogelstand kan bijvoorbeeld ook samenhangen met beheer, waterstand, recreatie of andere landschapsveranderingen.

Met dank aan de Provincie Zuid-Holland

Wij danken de Provincie Zuid-Holland voor het beschikbaar stellen van de gegevens uit het vegetatiemeetnet en voor de bereidheid mee te denken over aanvullende informatie. Door deze gegevens zorgvuldig te combineren met onze langjarige vogeltellingen kunnen we de ontwikkeling van Meijendel steeds beter in samenhang bestuderen.

De ruwe vegetatiegegevens en exacte meetlocaties blijven beschermd. Op de publieke website worden uitsluitend gecontroleerde, samengevatte gegevens per kavel en meetjaar getoond.