De winter van 2022-2023 gaat de boeken in als een mager telseizoen. De vogeldichtheden in 2022-2023 lagen iets onder het tienjarig gemiddelde. Vooral in oktober bleven de aantallen ver achter. Meerkoet, kuifeend, koolmees en vink vormen de top 4 in waargenomen aantallen.
Tijdens de wintertellingen van 2022-2023 zijn van september tot en met februari 1.976 telingen uitgevoerd. Dit komt neer op naar schatting twee mensjaren aan arbeid. Net als voorgaande jaren is ruim 10 km2 geïnventariseerd. Dit is beduidend meer dan de jaren voor 2015, toen gemiddeld zo’n 8 km2 werd geteld.
Tot en met februari zijn dit seizoen 113 soorten gezien. Naar verwachting komen daar in maart nog wel zeven tot acht soorten bij. Dit ligt in lijn met het gemiddelde van afgelopen decennium: 120,8.
Veel soorten ondergemiddeld
Er is een groot aantal soorten dat iedere telronde in dichtheid onder het maandgemiddelde van de afgelopen tien jaar bleef. Dit gold voor: aalscholver, knobbelzwaan, havik, buizerd, witgat, groen specht, grote bonte specht, heggenmus, goudhaan, staartmees, glanskop, pimpelmees, koolmees, zwarte kraai en goudvink.
Er was geen enkele soort die elke maand met een bovengemiddelde dichtheid voorkwam. Wel zijn er enkele soorten met een stijgende tendens: slobeend, wilde eend, tafeleend, winterkoning en vuurgoudhaan. Een speciale vermelding krijgt de Cetti’s zanger, die sinds 2018 jaarlijks in de winter in Meijendel verblijft.
Als bijzondere waarnemingen gelden een visarend, een duinpieper en een boomvalk in september, een roodkeelduiker en een bladkoning in oktober, twee drieteenmeeuwen in januari en een noordse kauw in februari.
Jan Westgeest vertelde deze bijzonderheden tijdens zijn laatste ledenvergadering als voorzitter. Bekijk zijn presentatie Wintertellingen Meijendel 2022-2023.