Kavel 73 is een groot kavel met een open karakter, er is geen oppervlaktewater. Samen met kavel 74 ("De Klip") en kavel 72 is dit gebied sinds 1973 nagenoeg onafgebroken in ieder voorjaar op broedvogels geïnventariseerd, alleen in 2013 en 2014 was dat niet het geval.
In kavel 73 zijn al jarenlang (met meer dan 20 territoria) de meest voorkomende soorten in het voorjaar: Fitis, Grasmus, Heggenmus, Nachtegaal en Tjiftjaf. De Merel steekt hen de laatste jaren naar de kroon. Koolmees, Zwartkop, Pimpelmees en Winterkoning tellen zeker ook mee. Soorten die hier in de zeventiger jaren aanwezig waren maar daarna verdwenen zijn, zijn de Patrijs, de Veldleeuwerik, de Grauwe klauwier en de Geelgors. De Tapuit heeft het langer volgehouden, maar is toch ook al meer dan een decennium niet meer (met één uitzondering: een territorium in 1997).
In de herfst en vroege winter zijn er bijna altijd wel Graspiepers, lijstersoorten, Roodborsten, Heggenmussen, Winterkoningen, Kool- en Pimpelmezen, kraaien- en vinkensoorten te vinden. De maanden januari en februari zijn doorgaans de ‘stilste’ perioden.
In herfst en winter worden er geregeld roofvogels en verder af en toe snippen gesignaleerd.