Kavel 63 vormt zo ongeveer het overgangsgebied tussen de Kijfhoek en de Bierlap. Het is grotendeels min of meer open terrein maar er zijn ook enkele stukjes bos. Het gebied is wel droog terrein, er is geen oppervlaktewater.
Het kavel is van 1973 t/m 1983 geïnventariseerd en daarna alleen nog in 1992. De inventarisatie is in 2012 hervat.
Fitis, Heggenmus, Houtduif en Koolmees waren in de zeventiger jaren het meest vertegenwoordigd. De Roodborst en de Merel waren er ook, maar het is denkbaar dat die in aantal zijn toegenomen. De Tapuiten, de Barmsijzen en de Ringmussen van toen zijn verdwenen, en niet alleen hier. Goudvink en de Kneu worden in K63 nog steeds geteld, zij het in lage aantallen.