Kavel 61 is een grotendeels open, maar deels ook bebost kavel, dat zo ongeveer het hart van Meijendel vormt.
Er hebben van 1973 t/m 1983 jaarlijks broedvogelinventarisaties plaatsgevonden en verder van 1991 t/m 1995 en van 1999 t/m 2004. De laatste jaren gebeurt dat regelmatig maar niet jaarlijks.
Fitis Tjiftjaf, Koolmees, Grasmus en Roodborst zijn hier de meest voorkomende soorten. Winterkoning, Nachtegaal, Merel, Vink en Heggenmus zijn er ook tamelijk veel, gevolgd door Zwartkop, Pimpelmees en Staartmees. En ook is er altijd wel een Gaai, Kraai of specht te vinden. Vijf jaar achtereen is er een territorium van de Buizerd waargenomen, maar dit zou ook best eens dezelfde kunnen zijn als die in dezelfde jaren in het naburige kavel 62 is waargenomen.
In najaar en winter gaan/zijn de trekvogels weg en worden er vooral bosvogels waargenomen.