Kavel 46 bestaat uit een gevarieerd terrein, met in de zuidoosthoek een vrij grote plas oppervlaktewater. Het is van 1973 t/m 1983 geïnventariseerd en ook in de jaren 1991 t/m 1993 alsmede in 2001 t/m 2003. Sinds 2007 wordt het weer jaarlijks geteld.
Fitis, Tjiftjaf, Grasmus, Koolmees, Nachtegaal, Pimpelmees, Winterkoning, Heggenmus en Roodborst zijn de meest voorkomende broedvogels.
Van 1991 tot en met kwamen in het kavel zo’n 40 verschillende soorten voor. De laatste jaren is dat aantal afgenomen tot zo'n 20-25 soorten.