Dit kavel vormt de zuidoostgrens tussen Scheveningen en de rest van Meijendel. Het bevat enkele plassen oppervlaktewater en is een zeer afwisselend terrein.
Het is in de broedtijd onregelmatig geïnventariseerd. In de zeventiger jaren zeven keer en van 1992 t/m 1998 aaneengesloten. Vanaf 2010 wordt hier weer jaarlijks geteld.
Fitis en daarna Merel, Tjiftjaf, Grasmus en Nachtegaal hadden er in de jaren negentig de meeste territoria en ook de Houtduif verbleef hier in ruime aantallen. Daar zijn later de Koolmees, Winterkoning en Vink bij gekomen. Daarnaast zijn er watervogels zoals enkele soorten eenden, ganzen en Meerkoeten en ook Kleine karekieten.