Evenals kavel 1A bevat kavel 1B vrij veel open water. Sinds 1958 is dit kavel in het broedseizoen alleen in 1984 niet geïnventariseerd; in alle andere jaren wél.
Fitis, Tjiftjaf en Grasmus zijn dan de meest voorkomende soorten. Meerkoet, Winterkoning, Heggenmus en Merel zijn ook vrij talrijk. Sinds een paar jaren is er definitief een Glanskop gevestigd en de Zanglijster vierde er in 2004 z’n eerste lustrum (met 2 territoria).
Sinds enkele jaren zijn er geen territoria meer gesignaleerd van Boomvalk, Waterral, Stormmeeuw en Kneu. Opmerkelijk is dat ook de Fazant hier al twee jaar niet meer is waargenomen. De Bergeend is al een zestal jaren geleden verdwenen. Een duidelijke afname tekent zich in het afgelopen decennium hier ook voor de Houtduif af.
’s Winters is er sporadisch geïnventariseerd. In herfst en winter zal echter de aanwezigheid van watervogels geen verbazing wekken (tenzij de plassen geheel bevroren zijn).