Ruim 10% van de oppervlakte van K14 bestaat uit water, verder is het voornamelijk open terrein.
Het kavel is vrijwel vanaf de introductie van de BMP-methode geïnventariseerd, slechts de jaren '84 en '85 zijn gemist. K14 behoort daarmee tot de best onderzochte kavels van Meijendel wat betreft vogels in het broedseizoen.
Kavel 14 vormt een van de weinig plekken in Meijendel waar de laatste jaren de Kievit (nog) territoria inneemt. Graspiepers, Merels en Zwartkoppen, en al langer ook de Tjiftjaf, lijken heel geleidelijk in opkomst. Ook enkele mezen- en kraaiensoorten zijn de laatste twintig jaar vertegenwoordigd. Net als elders hebben de Cetti's zangers ook dit kavel betrokken.
De kolonie van vooral Zilver- en Kleine mantelmeeuwen hier is eind tachtiger jaren verdwenen. De laatste Bergeend is na 2001 vertrokken. Slobeenden zijn er in de broedperiode ook al enkele jaren niet meer.